woensdag 24 april 2019

Kleuren in de lucht


Het begon met regenen, en het ging steeds harder regenen. Na een reis per boot en toen met de trein waren we aangekomen op het station Sakaide. Een plaats ten oosten van Takamatsu, en de verbindingsplaats tussen het hoofdeiland van Japan en het eiland Shikoku. We waren hier niet zomaar: wij hadden hier een speciaal doel voor ogen. Zo ook de andere deelnemers die zich langzaamaan verzamelden voor het toeristeninformatiekantoor waar we ons hadden aangemeld. Toen we compleet waren stapten we samen in een klein busje en gingen de weg op, door verlaten winkelstraatjes van de rustige provincieplaats richting de grote brug. Opeens draaide de persoon die naast de buschauffeur zat zich naar ons toe en zag een gezicht dat ik kende van de foto's. De kunstenaar Igarashi heette ons welkom en vertelde toen waar we naartoe zouden gaan: het 50-inwoner tellende eilandje Yoshima precies in het midden gelegen van de binnenlandse zee van Seto.


In tegenstelling tot vroeger was dit geen klein dobberend stipje middenin een grote blauwe zee. 30 jaar geleden werd besloten dat Yoshima als steunpunt zou dienen voor een van de pilaren van de grootste brug van Japan. Vanaf Naoshima ziet de brug eruit als een wit, sierlijk, zwaanvormig bouwwerk. Maar vandaag, middenin de regen van ontzettend dichtbij bekeken, zag de brug eruit als een vervaarlijke betonnen kolos. Het voelde vreemd om er overheen te gaan, en om de zee waar wij gewoonlijk door omringd waren opeens onder ons te zien. Een lappendeken van allerlei verschillende eilandjes in de diepte. Te midden van de regen leek de zee donkergrijs en steeds zag je weer nieuwe vormen land opdoemen, omringd door een dikke mist. Ondertussen vertelde de kunstenaar over de eilandjes die ons in het oog vielen, en over de mensen die hier wonen. "Dat daar is Koyojima, daar wonen nog maar twee mensen. Een echtpaar, een hondje en twee katten. Zometeen zullen we hen ook ontmoeten."


Na een lange tijd rechtuit de oceaan te hebben doorkruist, keerde de bus opeens naar links. Er was een afrit in het midden van de brug en deze leidde naar een trechtervormige weg die ons steeds verder naar beneden bracht. "Het is een eiland, maar je bent er niet met de boot gekomen. Ik vond het in het begin een vreemde gewaarwording" merkte Igarashi-san op. Dat was het absoluut. En toen we eenmaal rondreden, realiseerde ik me dat dit eiland niet altijd enkel een steunpilaar is geweest van de grote brug. Net zoals op Naoshima, waren er op dit eilandje gewoon woonhuizen, parkjes, speeltuintjes, openbare gebouwen en ook een basisschool... of toch niet? Het betonnen gebouw waar we onze schoenen in de schoenenbak zetten en in koele bruine slippers stapten bleek al heel lang geen schoolgebouw meer te zijn. Tegenwoordig is het een 'community center' waar allerlei verschillende projecten plaatsvinden... zoals ons 'Sora ami project' van vandaag!


De workshop vond plaats in een knusse, verwarmde washitsu (kamer met tatami matten) waar we op sokken kennis maakten met de lokale bevolking en te horen kregen wat er ging gebeuren. Het echtpaar uit Koyojima was er ook, samen met hun zwarte mopshondje 'mame', die enthousiast tussen alle nieuwe mensen heen en weer dribbelde. Wij waren allemaal beginners en de lokale bevolking, velen van hen met de visserij in het bloed, zouden ons eens leren hoe het werkte. We vormden koppels en verzamelden ons rondom de omgekeerde tafel, waaraan een bonte verzameling van felgekleurde wollen visnetten was geweven. Rood, felblauw, wit, zwart. Deze wollen bedrading zou het begin worden van ons gezamenlijke net (ami) die uiteindelijk in de lucht (sora) tentoongesteld zal worden, tussen de verschillende eilanden in.


Ik zag het al helemaal voor me... een prachtige regenboog van visnetten wuivend in de wind. Maar eerst moest het werk nog wel gemaakt worden. De oude man die mijn leraar was deed talloze keren de steek voor: met een speciale bamboe haaknaald haal je de draad door het vierkantje rechts, dan steek je terug, maak je een lus en steek je hem door. Dezelfde steek moet steeds precies tien keer herhaald worden. Dus bij 9 of 11 is heel je rij mislukt en moet je overnieuw beginnen. Hoewel zowel ik als meneer de visser behoorlijk liepen te hannesen, kregen we het langzaam voor elkaar om het net steeds langer te maken. Met veel mislukkingen onderweg, maar zonder te beschuldigen, te klagen of op te geven. Gewoon door blijven gaan, steeds gaat het iets beter... Ondertussen plaagde Mame ons door op het breiwerkje te lopen of met de bolletjes wol te spelen als een speelbal.


Toen ik om mij heen keek naar de anderen, was ik met name onder de indruk van de manier waarop Igarashi-san haakte. Zo vaardig en behendig, zijn manier van haken had bijna iets elegants... en toen opeens klapten de schuifdeuren open en werden er vele bentodozen en kannen thee bezorgd. Het is lunchtijd... een mooi moment om in een kring te zitten, praatjes aan te knopen en te genieten van vele bijgerechtjes plus de heerlijke zelfgemaakte miso van mevrouw Koyoshima. Bijzondere ontmoetingen tussen verschillende soorten mensen, leeftijden en zelfs nationaliteiten (met een andere deelnemer uit Taiwan bleek ik niet de enige buitenlander te zijn). Uiteindelijk raakte ik ook met Igarashi-san aan de praat en vroeg ik naar begin van dit Sora ami project. Hij vertelde dat hij op het idee kwam tijdens zijn verblijf op een vulkanisch eiland voor de kust van Tokyo. Wat zou de manier van leven zijn geweest van mensen hier? Het was de zee, de visserij, en de sterke community die hiermee samenhing. Deze mensen kwamen bijeen om een gezamenlijk visnet te weven: een manier van communiceren en banden creëren met anderen zonder woorden via een techniek die overal ter wereld in ieder tijdperk hetzelfde is gebleven. Voor hem wat het het ultieme symbool van gezamenlijk creëren en bovendien van communiceren tussen mensen zonder woorden.


En dit was ook wat ik voelde zodra we weer aan het werk gingen met de vissers van Yoshima. Hoewel er niet eens zoveel werd gesproken, was er voortdurend sprake van teamwork met een gezamenlijk doel voor ogen... En het prachtige bontgekleurde net dat we aan het einde van het evenement tevoorschijn hadden getoverd was het bewijs dat wij (letterlijk!) met elkaar verweven zijn. Op het laatst een vrolijke groepsfoto en een aankondiging voor de ceremonie aan het einde van de maand, waarop het visnet van Yoshima, samen met de netten van de andere eilanden van de grote brug, aan elkaar vast zullen worden gemaakt en vervolgens samen tentoongesteld zullen worden op het dichtbijgelegen eiland Shamijima. Het zou geweldig zijn als we elkaar daar weer zouden zien... kijkend naar hoe de deze heldere kleuren zullen dansen in de wind. "Het is vooral een aanrader om op een zonnige dag te komen kijken, als het niet geheel windstil is," zo vertelde Igarashi-san.


De workshop eindigde met een kort busritje waarbij we rond heel het eiland gingen. Een van de bewoners ging met ons mee om uit te leggen wat wij buiten allemaal zagen: een lege middelbare school, een zwaar verroest voormalig wachthuisje van de ferry (die niet meer nodig was na de komst van de brug), een verbazingwekkend grote tempel en een schrijn. Daarna passeerden we een voormalige 'Fishers wharf' die vroeger als toeristische trekpleister diende, op de kop van een klif een leegstaand wit hotel en ten slotte de overblijfselen van een steenhouwerij die nu niet meer in gebruik is. Rijdend over heuvels, door smalle straatjes in de regen, leken alle vage beelden die langs ons heen gingen op flarden van dromen van een ver verleden. Plotseling stopte de bus en kwam de rondleiding tot een einde. We bedankten de oude man die ons over deze plek had verteld en keken hem na, terwjil hij terugliep door de regen naar een plek die voor hem thuis was.

In één klap kwamen we weer in het heden toen we de autoweg betraden en tegen de brug opklommen die opeens vervaarlijk hoog boven ons uit leek te doemen. Een parkeerplaats met bussen en drommen toeristen, winkeltjes met vrolijk gekleurde souvenirs uit Kagawa zoals udon, olijvendressing en cheesecake. Geamuseerd maar ook ietwat verlamd keek ik in het rond. Ik was niet de enige. "Wil jij wat kopen?" vroeg mijn reisgenote. "Ik weet het niet. Is er iets dat jij wil hebben?" "Ik hoef niks!" Moe maar voldaan keken wij in de hobbelende trein van het voorbijgaande landschap. De ronde groene bergen, de laaggelegen huisjes, de warme roze kleuren van bloeiende pruimenbloesems in de verte. Soms vielen we in slaap, soms raakten we weer aan de praat. Over vandaag. De mensen van Yoshima waren zo aardig. En ook de kunstenaar was zo toegankelijk. Er kwamen ook allerlei vragen in ons op. Wat zouden de inwoners nu werkelijk vinden van dit project? En hoe was het voor hun toen 30 jaar geleden hun ferry plaats maakte voor een enorme brug? Is het leven makkelijker en prettiger geworden of juist niet? Ook nu kunnen we erover blijven filosoferen, maar het antwoord ligt bij hen. Dit verhaal krijgt een vervolg, is iets waar we het allebei over eens waren. Laten we aan het eind van de maand samen eens een kijkje nemen in Shamijima...


De eerste kersenbloesems. Bloeiend op de top van de heuvel bij de resten van het Takahara kasteel. Zo mooi om te zien: dat verfijnde frêle roze uit die donkere grove boombasten. Soms een eenling die er zomaar tussenuit piekt. Het zijn net allemaal kleine gezichtjes, die ietwat angstig, bungelend uit die hoge takken op mij neerkijken. Toch zijn zij nog bescheiden met de meer gewaagde, opvallende bloemen in andere delen van Naoshima, zoals de amandelbloesem voor de gele pompoen, de enorme donkerroze pruimenbloesems in die enorme tuin in het midden van Honmura en de ietwat vreemde 'wolken' van geurige witte bloemen in Tsumuura. Toch zijn kersenbloesems prachtig en misschien is hun hele korte bestaan (vaak maar één week in bloei...) juist de reden waarom iedereen ze zo graag wil zien. Afgelopen jaar gingen we met de auto in de richting van het kersenbloesemdoolhof van Ando, waar we de nog zeer jonge sakura dat jaar bescheiden zagen bloeien, omringd door een aantal oudere bomen die vergeleken met de laatbloeiers van Ando al vroeg hun blaadjes lieten vallen en de vijver bij de dam aan de voet van het Chichu Art Museum langzaam roze liet kleuren.




Als de kersenbloesems eenmaal bloeien en je gezegend bent met een aantal vrije dagen en mooi weer... dan moet je er natuurlijk op uit om snel meer te zien! En daarom besloot ik om dit jaar wel op de boot te stappen om nog meer bloesembomen te zoeken in de Setouchi regio. Een uitstapje met een vriendin met de boot naar Takamatsu bracht ons al gauw naar een wandelpromenade waar opvallend fel roze gekleurde bloesems in volle bloei waren onder een stralend blauwe lucht. Alleen hier al konden de prachtigste foto's van de dag gemaakt worden! Een kom dikke udon noedels met tempura van gekookt ei (nu we toch in Takamatsu zijn...) gaf genoeg energie om de zogenaamde 'langste winkelstraten van Japan' helemaal uit te lopen tot aan het zuiden van de stad, naar het beroemde Ritsurin park. Met een geschiedenis van meer dan vierhonderd jaar en een bijna onwerkelijk mooie 'shakkei' (geleend landschap) van lage ronde bergen die zich over het gehele gebied uitstrekken, is een wandeling door deze tuin langs oude pijnbomen en prachtige uitzichten over vijvers en watervallen vanaf glooiende heuvels iedere keer weer adembenemend. Ook staat het bekend om zijn vele verschillende kersenbloesemsoorten waar ik wel benieuwd naar was... en ik was niet de enige. Op een stralende dag als vandaag verzamelden zich groepen mensen rondom de bloesembomen. Op picknickkleedjes giechelende schoolmeisjes, een groep senioren op de foto bij de prachtige 'shidare sakura' (treurkersenbloesem) in het midden, kinderen die rondjes rennen, een ouder echtpaar dat letterlijk in de schaduw onder de bomen in slaap was gevallen. En natuurlijk nieuwsgierige eenlingen zoals ik die de schoonheid van de bloemen in de wind en al deze menselijke situaties eromheen met een stille glimlach gade sloegen. Lopend door de tuin genoot ik van de uitzichten, en van de aanwezigheid van mensen. Het voelt alsof je elkaar leert kennen, ook al heb je geen woord met elkaar gesproken.



De kersenbloesemonrust (lentekriebels?) in mij waren echter nog niet voorbij. Ik moest even terug naar Kyoto. Om vrienden en vriendinnen te zien. Om tentoonstellingen te bekijken van het internationale fotofestival dat in deze tijd van het jaar weer wordt gehouden. En om... kersenbloesems te kijken? Foto's gestuurd door een vriendin brachten mij in een melancholische bui. De rijen vol roze bij de Kamo rivier met blauwe kleedjes eronder, prachtige wuivende boom boven de Shirakawa, dat lieflijke straatje vlakbij het Okazaki park, deze keer ook in bloesemroze gehuld. Ik moest er heen! Echter bleek na mijn grote oversteek met de razendsnelle trein dat er in de stad maar heel weinig bloesems waren overgebleven. Ze waren immers de vorige week in bloei... maar het was nog niet te laat. Ik sprak die dag af met een vriendin die een ware bloemenexpert is en zij raadde die dag de Ninnaji tempel aan, waar de zogenaamde 'omura zakura', dé laatbloeiers van de lente precies deze periode in volle bloei zouden zijn. Enthousiast vertrokken we vanaf het kleine treinstationnetje richting de grote houten poort van de tempel. Stoer vanwege zijn ongepolijste, ongerestaureerde grofheid en beschadigingen die de tijd had voortgebracht. Twee imposante tempelwachters keken ietwat vervaarlijk op ons neer. De verschijning van de poort vormde een contrast met de lieflijke, jeugdig ogende bloesembomen die we gelijk bij binnenkomst tegemoet kwamen. In tegenstelling tot de meest bekende 'someiyoshino' sakura met eenvoudige stervormige bloemen bestonden deze zogenaamde 'sato-zakura' uit een kluwen van kleine ronde blaadjes die steeds meerdere lagen vormden. Vervolgens kwamen we bij de 'omuro zakura' die een soort doolhof vormden waar wij met vele andere bloemenkijkers langzaam doorheen schuifelden. De takken en wortels van deze lage bloesembomen waren bijzonder gevormd, bogen over ons heen alsof ze ons beschermden. Intussen vlogen blaadjes door het wind in het rond. En genoten we bijna nog meer van het kijken naar onder dan naar boven: roze blaadjes verspreid over het zachte groene mos met door takken en blaadjes gebroken stralen van de heldere lentezon. Schoonheid is hier al gauw gevonden.



De sfeer van de bloesembomen sloot aan op mijn gehele gevoel van mijn dagen in Kyoto. Samen zijn met fijne mensen, wandelen door lieflijke straten en praten over goede dingen, samen positief in de toekomst kijken. Het proeven van milde, zachte en zoete smaken. Sakura mochi aan de oever van de Kamo rivier, terwijl we lachen om vogels en koi karpers die binnen een paar minuten opeens in grote getalen zijn toegenomen. Om vervolgens het volgende moment weer geconfronteerd te worden met mooie beelden die de bestaande schoonheid van de stad en zijn tempels nog meer invullen. Uitdrukkingsvormen in foto's op bijzondere locaties die ons aan het denken brachten. En steeds weer de conclusie dat dit soort uitdrukkingen nodig zijn om ons te stimuleren, om ons een nieuwe blik te geven op de wereld om ons heen. Wat is een wateroppervlakte eigenlijk mysterieus als je goed naar de rimpeltjes in de golven kijkt. Wat is een schelp een mooi kunstwerk, als je van heel dichtbij naar zijn verfijnde lijntekeningen kijkt. "Op Naoshima hebben we ook zulke mooie schelpen!" "Ik weet zeker dat ik dankzij jouw foto's nu anders tegen al het water om mij heen kijken!" Ongemerkt hoor ik mij opscheppen over mijn eiland, opeens zo ver weg van deze door bergen omsloten stad. De fotograaf lachte. "Ik ben jaloers op jou, om ergens te kunnen wonen waar je altijd de zee kunt zien!"




Een trein die ik moest halen en een vluchtig afscheid scheidden ons ruimtelijk van elkaar, en toen opeens in razend tempo van de stad. Met een triest gevoel keek ik vanuit de hooggelegen rails neer op alle laaggelegen huisjes, aandoenlijk rommelig als een lappendeken aan elkaar geregen. En maakte de stad waar ik zo van houd ruimte voor bergen en rijstvelden. Even dacht ik angstig dat ik dit alles heel erg zou gaan missen. Totdat ik met het bootje terugkwam in de kleine Honmura haven en daar mijn fiets in het grappige hobbelvormige fietsenhok zag staan en richting huis reed. De wind waaide koel door mijn haren, de lucht was nog licht maar kleurde naar boven in steeds donkerder blauw. Het was een prachtig gezicht. De zoute geur van de zee door de warme lentedagen nam ik dit jaar voor het eerst waar. Opnieuw kreeg ik een weemoedig gevoel, maar dan anders. Ik ben weer terug.




Geen opmerkingen:

Een reactie posten