De eerste zonsopgang. Een nieuw begin.
Aandacht voor symboliek tijdens Nieuwjaar: mochi, daidai, winterboom (?)
Elk seizoen verbaasde ik mij weer over iets anders tijdens deze 'grote tuiniersessie'. In de zomer waren de gigantische groene sprinkhanen, donkerbruine duizendpoten en hun kindjes nog onderwerp van gesprek. In de herfst leek er geen einde te komen aan de grote bladeren die zich langzaam opstapelden. En dan waren er veel nieuwe ontdekkingen van mooie onkruidsoorten, waaronder kleurige paarse bloemen met grijsachtige blaadjes en slijmerige grassoorten die iets weg hadden van zeewier. De bijzondere planten lijken wonderlijk genoeg gevoed te worden door de zoute bodem, die verder zo droog en onvruchtbaar blijkt te zijn.
Hoewel er diverse moestuintjes worden bijgehouden in de wijk Tsumuura, schijnt het zo makkelijk nog niet te zijn om groenten te verbouwen... toch zie ik nu en dan weer nieuwe creaties verschijnen, waaronder uien, kleine tomaatjes, shiso en zelfs rucola. In de winter schijnen alleen knolachtige gewassen het goed te doen, zoals daikon. "Maar gewoonlijk lukt het nooit om op deze grond zulk soort groenten te verbouwen, het is allemaal dankzij de wijsheid van de mensen uit de buurt!" Zo vertelde één van de tuinierliefhebbers van het huis.
Wie weet zal ik ook ooit iets in de moestuin verbouwen... Maar dan moet deze eeuwig koude, bevroren grond wel eerst ontdooien! Plukkend aan plukjes onkruid die stevig vastgeworteld zaten in de aarde, zei met collega-plukker naast mij opeens iets onverwachts: "Dit is mijn favoriete seizoen van Naoshima." Ik keek op, begreep het eerst niet helemaal. "In de winter is het eiland rustig, er zijn niet zoveel mensen als in de andere seizoenen. En dus kun je zelf ook rustig aan doen. Ik kan me voorstellen dat Naoshima nu een beetje is zoals het vroeger was." Opeens ging er, bij het horen van deze woorden, een knop om bij de eeuwige koukleum-ik. Naoshima in de winter. Het is inderdaad prachtig!
Met de koude wind langs m'n gezicht, fiets ik de grijs geworden bergen tegemoet. De lucht is helder en ook de zee is grijsachtig blauw, een kleur die veel meer bescheiden is dan de felblauwe zomerzee. Het grasveld bij de sculpturen is verkleurd van felgroen naar lichtgeel, en Karel Appels felgekleurde Kikker en Kat lijkt nu nog meer te stralen.
Ik weet nog niet precies waar mijn fietstocht naartoe leidt en hoop dat de eilandachtigheid van Naoshima mij vanzelf naar mijn eindbestemming zal brengen. En het liep zoals verwacht... Eenmaal bij Miyanoura haven te zijn aangekomen zie ik al een bekend gezicht. "Weet u misschien waar het mochi-tsuki evenement vandaag zal plaatsvinden?" vraag ik hem. "Maar natuurlijk" zegt de oudere meneer. Hij laat zijn tuiniersgereedschap vallen en pakt zijn fiets uit het schuurtje. Ik bedankt hem en verontschuldig mij gauw.
Zijn rondleiding door de nauwe straatjes van Miyanoura hoeft echter niet lang te duren. Al gauw zien we bij een groot houten huis achter een muurtje een enorme pluim rook omhoog walmen. "Hier moet het zijn!" Door een poort ging ik door naar de tuin, waar vele bekende gezichten opkeken van alles waar ze mee bezig waren, en een blijk van herkenning. De dingen in de tuin waren voor mij gedeeltelijk bekend, gedeeltelijk raadselachtig. In het midden van de tuin de zo bekende gigantische vijzel waarin deze platgestampt zou worden, achterin de tuin twee enorme ijzeren pannen waar voortdurend stoom uit omhoog kwam. En aan zijkant van het huis een groot vergiet met een berg witte rijst erin... maar dit was geen gewone rijst. Dit was de mochi rijst waaruit we vandaag bergen met smeuige rijstcake zouden klaarmaken.
Ik ben dol op mochi. Heb al zo vaak de mochi uit de supermarkt gegeten, zoet en kauwbaar, soms met een zout blaadje eromheen als tegenwicht, soms met een hele friszoete aardbei in het midden. Maar dit soort Nieuwjaarsmochi is andere koek, zo had ik al gauw begrepen. Een collega zuchtte. "Ik weet dat het traditie is, en dat het belangrijk te was om niet meer te koken na Nieuwjaar. Maar bij ons aten we elke dag mochi: in soep, als snoep, ter vervanging van rijst... aan het eind van de feestdagen kon ik geen mochi meer zien!" Ergens begrijpelijk... of misschien toch niet? Het was de eerste keer dat ik het versgemaakt uit de vijzel zou eten.
Maar eerst moesten er, in de vroege ochtend, nog voorbereidingen worden getroffen. En zo stond ik samen met een paar leeftijdsgenoten en een paar oudere dames die in de buurt woonden in de keuken van het huis. Het rook er lekker. Naar hout, naar tatami, en toen naar gekookte bouillon en de ingrediënten die daar in zouden gaan. Onze voeten werden verwarmd door een kleine oliekachel in de hoek. Wij, de jongeren, sneden hier de groenten, de shiitake, de tofu, de konnyaku. Maar dat mocht niet zomaar. Bij elk ingrediënt moesten we eerst even navragen aan de ouderen in welke vorm en in welke grootte elk ingrediënt gesneden moest worden. "De shiitake moet in vier stukken, maar bij de kleineren in twee stukken. De konnyaku in plakjes van ongeveer zó dik en zó lang," de vingers uitstrekkend in de vorm van een luciferdoosje. Ik dacht dat ik best kon koken, maar realiseerde me steeds meer mijn eigen onhandigheid (en onverschilligheid) in de keuken. "Nee, je hebt de lenteui veel te groot gesneden! Kun je ze dunner maken?" Ik haalde de schijfjes terug uit de kom, om ze te perfectioneren.
Het was mooi om te zien om hoe op deze manier, een gerecht met zoveel kleuren, geuren en substanties vorm kreeg. Maar de echte textuur waar ik nieuwsgierig naar was, was die van de mochi. En dus nam ik na het snijwerk opnieuw een kijkje in de tuin. We kregen koffie, thee en cairo (opwarmkussentjes) om ons warm te houden tijdens het schouwspel. Met enorme hamers werd de rijst, gemengd met kokend heet water, in de vijzel platgestampt. De grote zachte rijstklomp die daaruit voortkwam werd op tafel in de bloem gelegd, en vervolgens opgedeeld in heel veel kleine stukjes, die wij vervolgens mochten kneden tot mooie bolletjes. De klaargemaakte mochi werden vervolgens op een blauw picknickkleed gelegd in een van de kamers van het huis. Eerst vulden deze slechts een hoekje van het kleed, maar geleidelijk aan breidden deze zich steeds meer uit. "Maken jullie heel de dag door mochi?" vroeg ik, toen de zoveelste klomp deeg, deze keer gevuld met zoete zwarte bonen, langs mijn handen ging. "Ja maar natuurlijk! We gaan heel de dag door totdat de hele kamer vol ligt!" Zo klonk het enthousiasme.
Bolletjes mochi op een blauw vlak. Ieder verschillend in vorm, gevormd door verschillende handen. Het leek ergens een beetje op het landschap van de binnenlandse zee, waar Naoshima ook slechts een van de vele klompjes lijkt te zijn. Mijn fantasie werd doorbroken door een revolutionaire opmerking van een van de oudere dames. "Je mag best proeven, als je wilt." Met een rommelende maag na een te vroeg ontbijt nam ik, waarschijnlijk vroeger dan beschaafd gevonden wordt, een hap uit een van de creaties. En ik verbaasde mij om de warmheid, de zachtheid, de smeuigheid. En ook over de textuur van de bonen in het midden, die vreemd genoeg nog stevig waren ondanks dat ze samen met de rijst plat waren gestampt in de vijzel. Een glimlach verscheen op het gezicht van de mevrouw met het rode hoofddoekje. Waardering voor traditie.
Inmiddels druppelden er steeds meer mensen binnen. De zon begon te schijnen en het werd steeds warmer. Gesprekken kwamen op gang, mochi met verschillende vullingen werden uitgewisseld, bier werd al uit de koelingen gehaald. En toen realiseerde ik me iets... O ja, ik moet nog werken vandaag. De vroege middagzon achtervolgde me op de fiets, terug door hetzelfde landschap van grijs en bruin.
Inmiddels is er iets veranderd. De zoetzoute geuren die ik vorig jaar rook, beginnen terug te komen. En opeens hoor ik een kreet uit de bergen: "Ho-hokekyo!" Het gezang van de Japanse nachtegaal, een klein snel groen vogeltje met een witte bril. De lente is begonnen...
