dinsdag 28 november 2017

Nieuwe seizoenen



Onder de blauwe lucht veranderen de bergen van kleur. Toen ik hier net kwam nog vaalgroen met wolkjes van paars en roze. De sakura en bergazaleas, bekende roze en paarse bloemen van Naoshima, stonden toen nog in bloei. Een beetje jammer voelde het toen deze pasteltekening langzaam verdween. Maar er kwam iets moois voor in de plaats: felgroene bergen tegen de achtergrond van een felblauwe zee. Elke ochtend op de fiets zag ik de grijze gebouwen van Tadao Ando veranderen. En verschenen groene blaadjes tussen de zware betonnen blokken. Het werd zomer, het seizoen waarop het eiland vol leek te stromen met leven. Leven kwam uit de grond gekropen. Elke maandagochtend waarop ik met mijn huisgenoten in de tuin werkte, verbaasden we ons over hoeveelheid nieuwe planten, grassen en bijzondere bloemen er uit deze zoute bodem tevoorschijn kwamen. Evenals insecten… sommige mooi en kleurig, andere weerzinwekkend.



Maar het was niet alleen de natuur die tot bloei kwam. Zo keek ik mijn ogen uit bij het gewoonlijk zo rustige strandje van Tsutsuji-so, waar opeens grote groepen mensen zich verzamelden om te zwemmen, te barbecueën en te surfen. Het werkte aanstekelijk, maakte me steeds enthousiast om ook even met mijn voeten door het zand te gaan. Het water was lauwwarm en ik zwom verder en verder, de kinderen, die in Japans en allerlei andere talen naar elkaar riepen, achterna. Op het vlot keken we naar boven. Kijk, een vliegtuig. Waar zal die naartoe gaan? In de verte bewogen de schepen zich heen en weer, af en aan naar andere havens. Wat zouden ze met zich meedragen?

Boven de horizon van de zee zien we de skyline van de stad Takamatsu. Een ‘grote stad’ op het eiland Shikoku. Het lijkt dichtbij, maar is eigenlijk nog ver van ons vandaan. Een uurtje varen met de boot. Soms op vrije dagen ga ik van het eiland af, naar de grote stad toe. Dan is het fijn om even weer omringd te zijn door mensen, winkels, geluiden, illustraties en letters die het Japanse  straatbeeld kleuren. Maar er zijn ook vrije dagen waarop ik veel liever op Naoshima blijf, op het eiland waar ik nu woon. Hier begroeten mensen elkaar bij de bushalte, wat steevast tot een praatje leidt. “Waar ga jij vandaag naartoe? Toch niet met de boot weg? Het is juist zo fijn om hier van het eilandleven te genieten!”, aldus een van de oude vrouwtjes uit de buurt.

Nee, op deze vrije dag blijf ik op Naoshima. Hier kabbelt het leven letterlijk rustig voort: een doolhof-achtig wijkje met donkergekleurde houten huisjes aan een haventje met vissersbootjes. Aan de rand van de haven stopt iedere ochtend de boodschappenbus,waar de ene dag zakken met felrode appels, de andere dag weer vijgen en shiitake (luxe producten in Japan) voor kleine prijsjes worden verkocht. Bijzondere producten vind je ook in de tuintjes van mensen in de buurt, waar soms de meest grote, en ietwat vreemd gevormde citrusvruchten aan de boom hangen, en soms letterlijk voor het oprapen liggen. Dan is er ook nog de fruitboomgaard aan de rand van het bos, waar omheen vele verhalen over wilde dieren hangen…



Maar Naoshima is niet enkel een eiland van wasbeerhonden en everzwijnen... “Wat voor werk doe jij hier eigenlijk?” De mevrouw bij de bushalte keek mij vragend aan. “O daar… tegenwoordig is alles op het eiland veranderd door dat bedrijf.” Ik hoorde een ondertoon in haar stem die ik niet kon plaatsen. “Vroeger was Naoshima een eiland van vissers, van omaatjes en opaatjes. Nu niet meer.”
Nu niet meer. Een gekleurde bus met felle stippen komt aanrijden. Onverwachts in de ochtend al vol met mensen. Allerlei verschillende leeftijden, allerlei verschillende nationaliteiten. De buitenlandse talen vliegen om mijn oren en ergens denk ik weer eens een woordje Nederlands te horen. Deze bus brengt ons naar bijzondere plekken toe, zoals het dorpje Honmura, waar oude huizen gemaakt van gebrand cederhout zijn gerenoveerd en zijn omgetoverd tot unieke kunstinstallaties. Hoewel deze kunstwerken al bestaan sinds de jaren 90, blijft het dorpje in beweging. Nieuwkomers uit de stad beginnen er hun leven als eigenaren van huiselijke cafés en galeries. En oorspronkelijke bewoners blijven hun best doen: zij versieren hun huizen met mooi gekleurde noren vaandels, lieflijke plantjes, tekeningen en zelfgemaakte pompoen beeldjes.



De gele pompoen met zwarte stippen  van de kunstenares Kusama Yayoi. Het symbool van het eiland en van de grote openluchttentoonstelling, een andere belangrijke bestemming van de gestipte stadsbus. Ik kan me nog goed mijn eerste ontmoeting met de gele pompoen herinneren, die zo trots op de pier op de blauwe zee uitkijkt, soms omringd door groepjes met poserende mensen en camera’s. Naoshima is niet meer zoals ieder eiland in de Japanse binnenzee van Seto. Hier komen mensen uit Japan en de wereld naartoe voor de vele kunstwerken en musea op het eiland. Of zijn het misschien de vele geuren en kleuren van het eiland die de kunstwerken nog kleuriger maken? Niet alleen de pompoen van Kusama Yayoi, maar ook de kleurige sculpturen van Nicky de Saint Phalle en Karel Appel trokken meteen mijn aandacht bij mijn eerste wandeling door het park. Vooral de vrolijke en ietwat onbeholpen ‘Frog and Cat’ van Karel Appel toverde een glimlach op mijn gezicht.  Hoewel ook de werken van deze kunstenaars sinds de jaren 90 een vaste plek innemen, blijven ook zij in beweging. Zij worden belangrijk gevonden en worden beschermd en onderhouden. Zo zag ik laatst dat de gele pompoen van Kusama werd meegenomen op een auto, vlak voor de dreiging van een naderende tyfoon. En laatst zag ik tot mijn verbazing dat de ‘Frog and Cat’ opeens was ingepakt in plastic. “Ik laat hem terugkeren naar zijn oorspronkelijke kleuren,” zei de meneer die bij hem aan het werk was.

De oorspronkelijke kleuren… zijn dit nog wel de kleuren van mijn herinnering? En zou Karel Appel ze zelf ook nog zo herinnerd hebben? Een felrood met gele Kikkerkat kwam onder het plastic vandaan. Mooier of niet, de verandering lijkt perfect samen te gaan met de verkleuring van het landschap waar hij door wordt omgeven (zou het toeval zijn?). De zomer is inmiddels voorbij. En de bergen zijn veranderd naar egaal groen naar een kleurenpalet van felrood, geel, groen en oranje. Ook de zee is veranderd van felblauw naar blauwgrijs. En op het strandje zijn geen mensen meer te bekennen. Maar de echte verandering ervoer ik toen ik op de fiets stapte, en langs de boomgaard en door de bergen richting Honmura ging.



Er hangen zoete geuren in de lucht die ik eerder heb geroken… een hele tijd geleden. Misschien de geur van kaki aan de bomen in de bergen? Of de geur van de winter in Japan, de frisse lucht van sneeuw, een vuurtje in de verte. Even dacht ik terug aan mijn dagen in Yamagata. Maar toch is het hier anders. Hier staat altijd wat te gebeuren, ook al lijkt dat eerst nog niet zo te zijn… Eenmaal aangekomen in het plaatsje Honmura zag ik dat er weinig mensen waren. Ook de vriendinnen met wie ik had afgesproken waren er nog niet. De draagbare schrijn, omikoshi, stond onaangeroerd op het midden van de weg tussen de donkergekleurde houten huisjes. Locale bewoners en buitenlandse toeristen keken er naar om. Midden op de weg merkte ik opeens een torii op met een trap erachter. Zo nu en dan liep er mensen onderdoor, de duisternis in van de bossen erachter. Ik achtervolgde hen en deed daar nieuwe ontdekkingen.



Zacht licht kwam af van de lampionnen van een van de huisjes waar de onregelmatige stenen traptreden begonnen. Een oranje poes op een houten nis van de poort lag diep in slaap. Met een wijze uitdrukking, alsof hij over deze plek lag te waken. Meer poezenbeelden waren te zien naast de ongebruikelijk vrolijke tempelwachters die de bezoekers welkom zeiden bij het betreden van de Hachiman tempel van Naoshima. De ceremonie was nog niet begonnen. Maar eenmaal bovengekomen zag ik een aantal bekenden, evenals groepjes ouders met kinderen in felgekleurde gewaden die deze avond zouden deelnemen...