Zomerdagen op het eiland. Een strak blauwe lucht met grote, bergachtige stapelwolken in de verte. De warme lucht en het wilde gezang van de cicades roepen je naar buiten, de fiets op, met de wind mee vervolg je je weg. Het liefst zo snel mogelijk dicht naar het water toe. Daar plof je neer op het strand met een handdoek, een tupperware bakje en een boek dat zich afspeelt aan eenzelfde mooie kustplaats waar je je nu aan bevindt. 'Umi ga mieru ie', 'Het huis aan de zee'. Een boek waar ik op aanraden van een vriendin aan was begonnen, en dat nu na een loom, kabbelend verhaal bijna aan een eind lijkt te komen. Terwijl ik bladzijde driehonderd omsla en mijn hart verwarm aan het frappante weerzien van twee hoofdpersonages op een verborgen strandje ergens in ruraal Japan, kijk ik uit het raam naar de regenachtige lucht. Wat lijkt deze sfeer van het eiland in de zomer opeens ver weg... de herfst is allang aangebroken en inmiddels is het bijna winter. Terwijl ik lees hoe zij tussen de rotsen zoeken naar schelpjes voor het avondeten, moet ik opeens denken aan de krabbetjes die voor mijn voeten weg schoten, en zich diep in het zand begroeven. Ik kwam nauwelijks een bladzijde verder, of ik hoorde een stem van een bekende. "Zullen we dan gelijk gaan zwemmen?"
Aan het einde van de dag sloeg de klok van Tsutsuji-so en klonk er een ietwat eenzaam liedje. Het is tijd om naar huis te gaan. Het is voorbij. De zomer is bijna voorbij. En opeens herinnerde ik me weer allerlei momenten van de warme dagen van dit jaar. Mijn lieve familie kwam langs, mijn lieve vrienden kwamen langs. Samen poseerden we bij de gele pompoen die leek op te lichten onder de felle lucht. We gingen het eiland rond met de fiets, en met de bus. In een klein restaurantje proostten we genoten van verse sashimi en onuitputtelijke gesprekken. Ik liet ze allerlei kunstwerken, en allerlei favoriete plekken van het eiland zien. Samen kijken en samen praten over wat je ziet. Het gaat niet enkel om wat je ziet maar ook om met wie je bent. En als je eenmaal met diegenen samen bent met wie je zoveel herinneringen deelt, lijken ook de plekken waar je bent geweest te veranderen en niet meer hetzelfde te zijn.
Een kustplaats bij Uno waar wij een kijkje gingen nemen, deed mij opeens denken aan onze vakanties in Spanje. Samen wandelen aan de boulevard met pijnbomen en oleanders, mooie uitzichten zoeken aan grillige rotspartijen langs zee, middageten op een terrasje aan het strand. En daar zagen we iets nieuws: een aquarium! Langs groepen schoolkinderen liepen wij richting de ingang, toen we verrast werden door een onwaarschijnlijk zeewezen. Een gigantische reuzenzeeschildpad! Hoewel we samen al vele keren naar dierentuinen en aquaria waren geweest, hadden we zo'n grote nog nooit gezien. Binnen het aquarium zagen een bonte verzameling aan tropische vissen, duivelse diepzeevissen, zeeleeuwen en een aantal soorten vissen uit onze eigen binnenlandse zee van Seto. Aanzienlijk minder kleurig, maar toch groot en aanwezig... je realiseert je niet wat er altijd om je heen zwemt. Maar ze zijn er wel altijd.
Mijn nieuwsgierigheid naar zeedieren in al hun vormen was nog niet voorbij... evenals mijn toenemende verlangen om geconfronteerd te worden met nieuw soort uitdrukkingsvormen. "Ik wil graag naar het museum!" En, omdat het nu nog heel even zomer is... wil ik daarbij graag het werk zien van Taniyama Kyoko, een kunstenares die ik voor mijn vertrek naar Japan heb ontmoet en heb beloofd om een bezoekje te nemen aan het openbare zwembad van Takamatsu. Een buitenbad dat enkel in augustus open is en enkel bestaat uit een eenvoudig buitenzwembad, voornamelijk gericht op kinderen met zomervakantie (bleek bij aankomst). Een kleurig zwembad met wildwaterbaan waar kinderen met zwembandjes en ouders zich door laten meevoeren... maar wat zou het kunstwerk nu precies inhouden? "Je moet kijken naar de bodem," zei een mevrouw die donuts verkocht. En toen had ik het pas door: je moet je mee laten voeren door de wildwaterbaan en tegelijkertijd naar de bodem kijken. Op een magische wijze leken de vissen, de schildpadden en de kwallen, tekeningen op de bodem, met je mee te gaan zwemmen zodra je je door de stroming liet meevoeren. Door de beweging van het water kwamen abstracte witte vlakken tot leven.
Later op de dag, in het Takamatsu City Museum, kreeg ik weer het gevoel te zijn aangekomen op de zeebodem. Ik bevond mij in een donkere kamer, omringd door figuren die deden denken aan zeebelletjes. Rustige muziek klonk onder het bewegen, pulseren en vermenigvuldigen van deze figuurtjes. In het midden een soort podium met daarop spullen, dagelijkse gebruiksvoorwerpen, die eruit zagen alsof ze naar de bodem waren gezakt. Een stoel, een tafel, een taiko trommel met een Noh masker erop een oud stuk hout met een gezichtje en een ranma, een houten decoratie kenmerkend voor oude Japanse huizen. Opeens begint de taiko uit zichzelf te trommelen, het ritme voel je diep van binnen. En dan begint er een dialoog tussen deze objecten, die ieder een eigen stem en persoonlijkheid hebben. Er is een verhaal... maar waar het precies om gaat is onzeker. Ineens wordt alles donker en klinkt er een beverige ietwat griezelige stem: "Hier was vroeger mijn huis, het was hier heel mooi..." alsof een oud iemand vertelt over vroeger met een kinderstem. "En nu ga ik zingen!" Een oud volksliedje klinkt door de luidsprekers en de objecten staan er roerloos bij... is het dan voorbij? Maar dan verschijnen er lichtjes die samen een sterrenhemel lijken te vormen. De objecten beginnen weer te bewegen, te dansen in rondjes, alles begint te herleven. Kippenvel.
De mensen en kinderen om mij heen blijven geboeid kijken, totdat het afgelopen is. Dan begint de zaal langzaam leeg te lopen."Ik krijg soms tranen in mijn ogen van dit werk," zei een suppoost, een aardige mevrouw die meer in de diepte leek te weten over dit kunstwerk van Yamashiro Daisuke. "Ik ken de achtergrond van dit werk niet, maar ik ben er ook door geraakt," gaf ik toe. Ze vertelde dat, hoewel de kunstenaar hier nooit direct over gesproken heeft, dit werk geïnterpreteerd zou kunnen worden tegen de achtergrond van de ernstige gevolgen van de grote aardbeving van Tohoku... iets waar ik mij opeens veel bij kon voorstellen. Of het nu concreet met deze ramp te maken had of niet, het leek zeker te gaan over een 'thuis' dat verloren is gegaan, mensen die weg zijn gegaan, spullen die zijn overgebleven... En waar is alles nu? Op de zeebodem?
Een verdwenen Japan. Grote steden, beton, nauwe appartementen waarvan de bewoners elkaar niet kennen. Nee, het boek 'Lost Japan' van Adam Kerr, inmiddels al 20 jaar oud, maakt je niet vrolijk. Generaties mensen en tradities verdwijnen... en daarmee ook traditionele uitzichten. Tenminste..? Met een gevoel van verwondering staarde ik uit het raam en kon ik niet ophouden met het maken van foto's van schilderachtige berglandschappen waar het rood en oranje zich inmiddels vermengde met het groen, vervaagd door het wit van de laaghangende wolken. Met drie vriendinnen reed ik met een auto over een hoog gelegen snelweg tussen de bergen van Okayama. En daar in in het dal, zagen wij diep beneden ons een vallei met akkers en traditionele houten huisjes zover het oog reikte. Een geünificeerde bouwstijl, houten huizen met mooie grijze kawara dakpannen. "Jij houdt van foto's maken van huizen he?" vroeg een vriendin geamuseerd. "Ik wist niet dat er in Japan dit soort uitzichten nog waren..." zei ik net iets te gefascineerd. Ze schoten in de lach. Het kon me niet schelen. Ik had nooit verwacht dat het hier zo mooi zou zijn, en dat je vanaf de snelweg in het noorden van Okayama uitzichten had die zo onwerkelijk schilderachtig waren dat het bijna clichématig werd.
En toen kwam er iets onverwachts. Iets dat brak met het gehele beeld van 'Lost Japan'. "Wat zijn die bruine vlekken tegen die berg?" zei de bestuurster achteloos, inmiddels hongerig van de lange rit. "KOEIEN!!" De rust in de auto werd doorbroken. Jawel, het is geen illusie! Daar zien we een kudde Jersey koeien, een Amerikaans ras die inmiddels kenmerkend zijn voor het Hiruzen gebied van Okayama. "Maniwa - Jersey land" gaf een wegwijsbord aan bij de afrit. De weg leidde naar een vervreemdende plek, een soort vakantieresort met Scandinavisch ogende berghutjes tussen de hoog beboomde bossen. In een schattig houten gebouwtje bij een meer werden tweedehands kleding, grof bruin brood en Moomin stationary verkocht. Toen vervolgde de weg, we werden omringd door felgele ginkobomen, parallel daaraan een grachtje met recreatie-achtig fietspaadjes en daarachter een vlak graslandschap. "Het zal vast ook leuk zijn om hier een eindje te gaan fietsen." Een plotseling gevoel van melancholie voor mijn thuisland welde op. Het was mogelijk om fietsen te huren, maar daar hadden we nu even geen tijd voor... op naar ons einddoel Jersey Land!

