Het ritme van de trommels versnelde, totdat de klok 9 uur sloeg. De kinderen daalden af van hun 'bewegende podium' en er volgde een stilte. Het was donker, maar we werden nog omgeven door flauw licht van de lantaarns rondom het hoofdgebouw van de tempel. Hier volgde een woord van de priester, hij sprak in een zachte, rustige toon. We probeerden allemaal muisstil te zijn en onze oren te spitsen. Het was heel moeilijk om te verstaan, maar dit was ook niet nodig. Het was duidelijk dat het herfstfestival tot een einde was gekomen. En wij nu allemaal, met deze kleurrijke herinneringen nog helder voor ogen, weer rustig naar huis zouden gaan. Ik voelde iets kouds op mijn wang. We keken elkaar aan. Inmiddels verdwenen ook de stemmen onder het zachte ruisen van de regen, die precies nu was begonnen.
vrijdag 29 december 2017
Het festival
Herfst in Naoshima. Fietsen langs de vijver met de waterlelies, maar nu zonder bloemen. Er schiet een tanuki weg, langs het smalle bergweggetje, razendsnel de bosjes in. Hij zal wel gesnoept hebben van het fruit in de boomgaard. Er hangt een zoete geur in de lucht, misschien van kakifruit? Of van de kleurige bloemen die in dit seizoen weer beginnen te bloeien? De felgroene Japanse nachtegaal houdt zich stil, maar hij zit er wel. Hij kijkt naar me.
In de koele herfstlucht lichtten de felle kleuren van de kinderen warm op in de nacht. Ik was die avond samen met twee vriendinnen die samen met mij het werk en leven op Naoshima ervaren. "Ik woon heel mijn leven in Japan, maar ook voor mij is het voor het eerst om zoiets als dit te ervaren!" zei een van hen. Desondanks was ze wel een expert in het achtervolgen van de omikoshi, de draagbare tempel, kriskras door de smalle straatjes van Honmura. "Als we hier een straatje afsnijden zullen we ze net tegenkomen..." En ja hoor, op het kruispunt waar we naartoe waren gerend, kwam de eerste omikoshi net aan en stonden wij op de 'eerste rij' van het schouwspel. Het was een heftig en prachtig gezicht, de manier waarop de jongetjes, zittend op het podium, gekleurd in felrode en blauwe gewaden, met sneeuwwitte gezichten op de taiko's sloegen met energieke kreten. De omikoshi werd door de straten heen gedragen door tientallen (zeer sterke) mannen, die dit vreemd genoeg urenlang volhielden. Ook het uithoudingsvermogen van de jongetjes was indrukwekkend: hoe jong zij ook waren, de energie in hun opvoering zwakte geen moment af.
Het luide getrommel vormde een tegenstelling tot een andere opvoering die deel uitmaakte van het festival. Een lagere wagen volgde op rustige wijze. Hierop stonden jonge meisjes van verschillende leeftijden gekleed in de meest kleurrijke, rijkelijk met bloemen versierde kimono's en haardrachten, allerlei instrumenten te bespelen. Dit waren traditionele snaarinstrumenten zoals koto en shamisen. Zachte en bescheiden muziek weerklonk in de donkere nacht, gevolgd door een stilte. En dan een lange stoet mensen, voornamelijk lokale bevolking van Naoshima die bekend leken te zijn met alles en vooral met iedereen om hen heen. Zij spreken met elkaar in een eigen dialect en in verhouding wordt er maar weinig formeel Japans gebruikt. Zoals ik een mede-nieuwe eilander een keer heb horen zeggen: "Het is net of iedereen op Naoshima familie van elkaar is." Het is dan wel een hele grote familie... meer dan wij ons hadden kunnen voorstellen kwamen mensen in grote getale naar het festival. "Ik dacht dat er in Naoshima niet zoveel mensen woonden... waar komen zij allemaal vandaan?!" zei mijn collega op een zowel geamuseerde als verschrikte wijze.
Een onverwachte climax kwam er toen de wagens met de kinderen terugkeerden naar de tempel en de trappen beklommen naar boven: we konden niet geloven dat dit daadwerkelijk ging gebeuren! De steile trappen met onregelmatige treden leken een onoverbrugbaar obstakel te zijn voor de dragers, ook al leken zij nog zo sterk. Wij stonden inmiddels bovenaan de trap, aan de kant van het hoofdgebouw van de Hachiman-gu, de plek waar het festival begon en ook zou eindigen. Wij keken toe hoe de kinderen dapper hun spel bleven opvoeren, terwijl zij diagonaal op de omikoshi zaten. De gezichten van de inmiddels bezwete mannen leken op te lichten toen zij eindelijk bovenaan de trap aankwamen. Ze hadden het gehaald! Applaus weerklonk overal om hen heen, en ze werden bijgestaan door leden van een 'hulpploeg'. Deze reikten hen water en thee aan uit een emmer, ook op een wijze die overeenkwam met de sfeer van het festival: met hishaku, een soort lepels die gewoonlijk worden gebruikt voor het zuiveren van handen bij een Shinto heiligdom.
Ondertussen bleven de kinderen volhouden met trommelen en het roepen van de vaste kreet "Sora yatta sora yatta". Sommige druktemakers verloren hun grote rode muts en dan was er weer een ouder die hem om zou binden. Inmiddels begonnen ook nieuwsgierige nieuwkomers van Naoshima deel uit te maken van het festival. Sommige buitenlandse toeristen poogden te helpen met het dragen van de omikoshi. Anderen begonnen praatjes met ons te maken. "Wat roepen de kinderen eigenlijk? En wat betekent dat dan?" vroeg een Italiaanse working holiday inwoner. Heel spijtig konden wij, ook mijn Japanse collega's, daar geen antwoord op geven. Maar het wakkerde onze nieuwsgierigheid aan... wat voor gedachten zitten er achter deze tradities van Naoshima? En wat voor achtergrond hebben al deze woorden en gebruiken? Zullen wij er achter komen?
Het ritme van de trommels versnelde, totdat de klok 9 uur sloeg. De kinderen daalden af van hun 'bewegende podium' en er volgde een stilte. Het was donker, maar we werden nog omgeven door flauw licht van de lantaarns rondom het hoofdgebouw van de tempel. Hier volgde een woord van de priester, hij sprak in een zachte, rustige toon. We probeerden allemaal muisstil te zijn en onze oren te spitsen. Het was heel moeilijk om te verstaan, maar dit was ook niet nodig. Het was duidelijk dat het herfstfestival tot een einde was gekomen. En wij nu allemaal, met deze kleurrijke herinneringen nog helder voor ogen, weer rustig naar huis zouden gaan. Ik voelde iets kouds op mijn wang. We keken elkaar aan. Inmiddels verdwenen ook de stemmen onder het zachte ruisen van de regen, die precies nu was begonnen.
Het ritme van de trommels versnelde, totdat de klok 9 uur sloeg. De kinderen daalden af van hun 'bewegende podium' en er volgde een stilte. Het was donker, maar we werden nog omgeven door flauw licht van de lantaarns rondom het hoofdgebouw van de tempel. Hier volgde een woord van de priester, hij sprak in een zachte, rustige toon. We probeerden allemaal muisstil te zijn en onze oren te spitsen. Het was heel moeilijk om te verstaan, maar dit was ook niet nodig. Het was duidelijk dat het herfstfestival tot een einde was gekomen. En wij nu allemaal, met deze kleurrijke herinneringen nog helder voor ogen, weer rustig naar huis zouden gaan. Ik voelde iets kouds op mijn wang. We keken elkaar aan. Inmiddels verdwenen ook de stemmen onder het zachte ruisen van de regen, die precies nu was begonnen.
dinsdag 28 november 2017
Nieuwe seizoenen
Onder de blauwe lucht veranderen de bergen van kleur. Toen
ik hier net kwam nog vaalgroen met wolkjes van paars en roze. De sakura en bergazaleas,
bekende roze en paarse bloemen van Naoshima, stonden toen nog in bloei. Een beetje jammer
voelde het toen deze pasteltekening langzaam verdween. Maar er kwam iets moois
voor in de plaats: felgroene bergen tegen de achtergrond van een felblauwe zee.
Elke ochtend op de fiets zag ik de grijze gebouwen van Tadao Ando veranderen. En
verschenen groene blaadjes tussen de zware betonnen blokken. Het werd zomer,
het seizoen waarop het eiland vol leek te stromen met leven. Leven kwam uit de
grond gekropen. Elke maandagochtend waarop ik met mijn huisgenoten in de tuin
werkte, verbaasden we ons over hoeveelheid nieuwe planten, grassen en
bijzondere bloemen er uit deze zoute bodem tevoorschijn kwamen. Evenals
insecten… sommige mooi en kleurig, andere weerzinwekkend.
Maar het was niet alleen de natuur die tot bloei kwam. Zo
keek ik mijn ogen uit bij het gewoonlijk zo rustige strandje van Tsutsuji-so,
waar opeens grote groepen mensen zich verzamelden om te zwemmen, te barbecueën
en te surfen. Het werkte aanstekelijk, maakte me steeds enthousiast om ook even
met mijn voeten door het zand te gaan. Het water was lauwwarm en ik zwom verder
en verder, de kinderen, die in Japans en allerlei andere talen naar elkaar
riepen, achterna. Op het vlot keken we naar boven. Kijk, een vliegtuig. Waar
zal die naartoe gaan? In de verte bewogen de schepen zich heen en weer, af en
aan naar andere havens. Wat zouden ze met zich meedragen?
Boven de horizon van de zee zien we de skyline van de stad
Takamatsu. Een ‘grote stad’ op het eiland Shikoku. Het lijkt dichtbij, maar is
eigenlijk nog ver van ons vandaan. Een uurtje varen met de boot. Soms op vrije
dagen ga ik van het eiland af, naar de grote stad toe. Dan is het fijn om even
weer omringd te zijn door mensen, winkels, geluiden, illustraties en letters
die het Japanse straatbeeld kleuren.
Maar er zijn ook vrije dagen waarop ik veel liever op Naoshima blijf, op het
eiland waar ik nu woon. Hier begroeten mensen elkaar bij de bushalte, wat
steevast tot een praatje leidt. “Waar ga jij vandaag naartoe? Toch niet met de
boot weg? Het is juist zo fijn om hier van het eilandleven te genieten!”, aldus
een van de oude vrouwtjes uit de buurt.
Nee, op deze vrije dag blijf ik op Naoshima. Hier kabbelt
het leven letterlijk rustig voort: een doolhof-achtig wijkje met
donkergekleurde houten huisjes aan een haventje met vissersbootjes. Aan de rand
van de haven stopt iedere ochtend de boodschappenbus,waar de ene dag zakken met
felrode appels, de andere dag weer vijgen en shiitake (luxe producten in Japan)
voor kleine prijsjes worden verkocht. Bijzondere producten vind je ook in de
tuintjes van mensen in de buurt, waar soms de meest grote, en ietwat vreemd
gevormde citrusvruchten aan de boom hangen, en soms letterlijk voor het oprapen
liggen. Dan is er ook nog de fruitboomgaard aan de rand van het bos, waar
omheen vele verhalen over wilde dieren hangen…
Maar Naoshima is niet enkel een eiland van wasbeerhonden en
everzwijnen... “Wat voor werk doe jij hier eigenlijk?” De mevrouw bij de
bushalte keek mij vragend aan. “O daar… tegenwoordig is alles op het eiland
veranderd door dat bedrijf.” Ik hoorde een ondertoon in haar stem die ik niet
kon plaatsen. “Vroeger was Naoshima een eiland van vissers, van omaatjes en
opaatjes. Nu niet meer.”
Nu niet meer. Een gekleurde bus met felle stippen komt
aanrijden. Onverwachts in de ochtend al vol met mensen. Allerlei verschillende
leeftijden, allerlei verschillende nationaliteiten. De buitenlandse talen
vliegen om mijn oren en ergens denk ik weer eens een woordje Nederlands te
horen. Deze bus brengt ons naar bijzondere plekken toe, zoals het dorpje Honmura,
waar oude huizen gemaakt van gebrand cederhout zijn gerenoveerd en zijn
omgetoverd tot unieke kunstinstallaties. Hoewel deze kunstwerken al bestaan
sinds de jaren 90, blijft het dorpje in beweging. Nieuwkomers uit de stad
beginnen er hun leven als eigenaren van huiselijke cafés en galeries. En
oorspronkelijke bewoners blijven hun best doen: zij versieren hun huizen met
mooi gekleurde noren vaandels, lieflijke plantjes, tekeningen en zelfgemaakte
pompoen beeldjes.
De gele pompoen met zwarte stippen van de kunstenares Kusama Yayoi. Het symbool
van het eiland en van de grote openluchttentoonstelling, een andere belangrijke
bestemming van de gestipte stadsbus. Ik kan me nog goed mijn eerste ontmoeting
met de gele pompoen herinneren, die zo trots op de pier op de blauwe zee
uitkijkt, soms omringd door groepjes met poserende mensen en camera’s. Naoshima
is niet meer zoals ieder eiland in de Japanse binnenzee van Seto. Hier komen
mensen uit Japan en de wereld naartoe voor de vele kunstwerken en musea op het
eiland. Of zijn het misschien de vele geuren en kleuren van het eiland die de
kunstwerken nog kleuriger maken? Niet alleen de pompoen van Kusama Yayoi, maar
ook de kleurige sculpturen van Nicky de Saint Phalle en Karel Appel trokken
meteen mijn aandacht bij mijn eerste wandeling door het park. Vooral de
vrolijke en ietwat onbeholpen ‘Frog and Cat’ van Karel Appel toverde een
glimlach op mijn gezicht. Hoewel ook de
werken van deze kunstenaars sinds de jaren 90 een vaste plek innemen, blijven
ook zij in beweging. Zij worden belangrijk gevonden en worden beschermd en
onderhouden. Zo zag ik laatst dat de gele pompoen van Kusama werd meegenomen op
een auto, vlak voor de dreiging van een naderende tyfoon. En laatst zag ik tot
mijn verbazing dat de ‘Frog and Cat’ opeens was ingepakt in plastic. “Ik laat
hem terugkeren naar zijn oorspronkelijke kleuren,” zei de meneer die bij hem
aan het werk was.
De oorspronkelijke kleuren… zijn dit nog wel de kleuren van
mijn herinnering? En zou Karel Appel ze zelf ook nog zo herinnerd hebben? Een
felrood met gele Kikkerkat kwam onder het plastic vandaan. Mooier of niet, de
verandering lijkt perfect samen te gaan met de verkleuring van het landschap
waar hij door wordt omgeven (zou het toeval zijn?). De zomer is inmiddels
voorbij. En de bergen zijn veranderd naar egaal groen naar een kleurenpalet van
felrood, geel, groen en oranje. Ook de zee is veranderd van felblauw naar
blauwgrijs. En op het strandje zijn geen mensen meer te bekennen. Maar de echte
verandering ervoer ik toen ik op de fiets stapte, en langs de boomgaard en door
de bergen richting Honmura ging.
Zacht licht kwam af van de lampionnen van een van de huisjes
waar de onregelmatige stenen traptreden begonnen. Een oranje poes op een houten
nis van de poort lag diep in slaap. Met een wijze uitdrukking, alsof hij over
deze plek lag te waken. Meer poezenbeelden waren te zien naast de
ongebruikelijk vrolijke tempelwachters die de bezoekers welkom zeiden bij het
betreden van de Hachiman tempel van Naoshima. De ceremonie was nog niet
begonnen. Maar eenmaal bovengekomen zag ik een aantal bekenden, evenals
groepjes ouders met kinderen in felgekleurde gewaden die deze avond zouden
deelnemen...
Abonneren op:
Posts (Atom)


