vrijdag 8 februari 2019

Zee van tijd


Soms lijkt de tijd voorbij te razen, dan kabbelen de dagen weer rustig voort.
Maar elke dag zijn de golven weer een beetje anders.
En toen werd ik opeens uitgenodigd om op de basisschool van Naoshima een dagje 'sensei' te zijn: een verhaaltje vertellen over mijn land, om vervolgens de klassen rond te gaan om met de kinderen te kletsen en te spelen. Dat klonk leuk, als iets uit mijn studietijd in Japan. Nog moe van voorgaande werkdagen, klom ik met frisse moed om half 8 op de fiets, op weg naar het bijna futuristisch ogende witte schoolgebouw uit de jaren 70, ontworpen door Ishii Kazuhiro. Vanaf de fietsenstalling op het dijkje liep ik een trap af naar beneden, en liep over het speelveld omringd door groene bergen en gele ginkobomen. Geen speeltoestellen, maar wel twee grote olifanten, een moeder en een kalfje. Het was even zoeken waar de ingang was, en bij binnenkomst moest ik weer even kijken hoe alle gangetjes verbonden waren met de binnenplaats. Het was een soort doolhof.


Algauw kwam ik in de gang de hoofdleraar tegen die mij begeleidde. Eerst naar het kamertje naar het schoolhoofd voor de begroeting, vervolgens naar het lege podium van de gymzaal om het 'opkomen' te repeteren. Daarna kreeg ik een kopje groene thee in de lerarenkamer. Alles leek goed ingestudeerd en volgens plan te gaan, maar dit is een basisschool. Hoe zou het zijn om in de gymzaal voor alle kinderen van Naoshima te presenteren? Veel tijd om me druk te maken had ik niet meer... "Zullen we gaan?" Met de hoofdleraar liep ik richting de zaal, langs alle kinderen en leraren. Geamuseerde en bezorgde blikken maakten de opkomende nervositeit er niet minder op. Maar alles zou veranderen toen ik er eenmaal stond, de microfoon pakte en begon met praten. Over weidse groene poldervelden, gevlekte koeien, koekhappen op Koningsdag.
De kinderen. Dinsdagochtend 8 uur. Sommigen knikkebolden, vielen bijna in slaap... heel begrijpelijk! Tot mijn blijdschap waren er ook kinderen die aandachtig luisterden. Grote ogen, open monden, soms gekruld in een glimlach. En armpjes in de lucht zodra ik een vraag stelde.


"Wat eten jullie het liefste tijdens de winter?"
"Oden!" "Warme dingen!" "Nabe!" "Udon!" "Curry!" "Stoofpot!"
Vele kleine stemmen leken opeens heel groot in de gymzaal.
"In Nederland vinden wij dat soort warme dingen ook lekker in de winter."
Ik was onder de indruk. Opsommingen van dingen die lekker zijn, er kwam geen einde van.
Nog leuker werd het toen ik een plaatje van een 'bekende Nederlander' liet zien.
"Miffy!! Dat is Miffy! Lees jij ook graag Miffy? Wij lezen dat ook heel graag!"
Ik vertelde ze dat ik Nijntje boekjes ook allemaal gelezen heb en ze heel leuk vind.


De presentatie kwam hierbij tot een einde, maar gesprekken over 'leuke dingen' nog lang niet.
Bij een wandeling door de gang kwamen twee schattige groep 3'ers op me aflopen. Een klein meisje met veel sproetjes dat mij steeds een handje wilde geven. De jongetjes die naar de lerarenkamer renden om mij een model van een bekende vis uit de Seto zee wilden laten zien. En vervolgens de serieuze gezichten van de kinderen uit groep 7, die van alles wilden weten over Nederland, Benesse House en alles wat er maar te weten valt.
"Wat is frog en cat eigenlijk voor beeld?"
"Wat is de laagste berg in Nederland?"
"Kun je vanaf Nederland al het noorderlicht zien?"
"Drinken jullie in Nederland ook orangina?"
De uiteenlopendheid van vragen maakten mij blij.
De ijverigheid waarmee zij mijn antwoorden opschreven, verbaasde mij. Steeds zag ik hen weer schreven op het blaadje voor hen. Ook de kleuren van de Nederlands vlag die ik zojuist op het bord had getekend, mochten niet ontbreken.


Ten slotte mocht ik in in groep 4, waar de stoelen al in een kring stonden, spelletjes spelen met de kinderen. Eerst een spelletje pret met Engels: "What color do you like?" Riepen we in koor, klappend in onze handen. Vervolgens noemde het kindje in het midden van de kring een kleur. En als je favoriete kleur genoemd werd, moest je snel naar de andere kant van de klas rennen, en proberen om de lege stoel van een ander in te pikken. Natuurlijk is er altijd net een stoel te weinig... waardoor er altijd iemand in het midden overblijft. En dan is het tijd voor een spelletje dieren nadoen.
"Gorilla!!" Riepen we. En opeens veranderde het jongetje in het midden in een echte gorilla, die de klas rondrent met vuisten in de lucht, oe oe roept en iedereen achterna rent.
Gegil en gelach bij het wegrennen voor Bokito.
Samen spelen en samen lachen. Omdat we hetzelfde leuk vinden.


Verwondering hebben voor de wereld om je heen. Daar hoef je toch geen kind voor te zijn?
Op een dag werd ik uitgenodigd om een avontuur te beleven op een onontdekte blek. Op Naoshima, het eiland dat ik al dacht te kennen. Maar blijkbaar toch nog niet zo goed als verwacht...
Al eerder had ik het evenement zien langskomen op Facebook: "Samen kerstversieringen maken van planten van Naoshima." Met foto's van vorig jaar. Lachende deelnemers met zelfgemaakte kerstkransen, een tafel bezaaid met groene kersttakken. Dat wilde ik wel eens proberen.
Ik kreeg een berichtje terug van de organisator.
"Zullen wij dan wat vroeger afspreken om samen materiaal te verzamelen?"
"Dat klinkt leuk! Wat voor materiaal is dat dan en waar gaan we zoeken?"
"Als ik dat verklap is het niet leuk meer! Laten we om 10 uur afspreken bij het koffiezaakje in Miyanoura."
En zo liet ze mij in nieuwsgierigheid achter.


De volgende dag vertrokken we na een heerlijk kopje koffie en vele gesprekken met de praatgrage eigenaar van het koffietentje met de auto naar onze mysterieuze bestemming. We gingen een andere kant op: over de autoweg richting het zuiden van het eiland. We stopten even in het door bossen omringde kantoortje van faciliteitenbeheer om wat tuiniershandschoenen en scharen op te halen. Zij zei haar oude collega's gedag. Een dikke oranje poes gaf mij kopjes. Grote groene ogen leken heel fel in het daglicht. Het was een prachtige winterdag. De zon fel en laag, de lucht fris, de hemel lichtblauw. Rijdend door smalle weggetjes, vingen we soms langs de heuvels even een glimp op van de zee, die opeens heel ver weg leek. We waren vlakbij het Oval gebouw, op een van de hoogste bergen van het eiland. Hier maakten we onze eerste stop. Ik was blij dat ik m'n eigen handschoenen en schaar had meegenomen, want er waren meer enthousiaste deelnemers dan verwacht. Met z'n zevenen volgden we het pad, sommigen gingen de bosjes in.


Het is vreemd dat ik hier al zo vaak ben geweest. En dat ik dacht dat ik zo van de natuur hield. En dat ik dan toch dan toe nooit had opgemerkt wat voor soort planten hier eigenlijk groeien. Mijn oud-collega is een ware expert: "O, dat is een nandina! Die is perfect!" Met haar op pad kwamen steeds weer nieuwe, onontdekte Japanse plantennamen mij ter oren. Het was moeilijk om allemaal te onthouden. Maar ik was geraakt door de schoonheid van en de enorme variatie aan planten en vruchten in Naoshima: hulst-achtige bladeren, smalle blaadjes, loofblad, olijfblad, groen blad, pijnboomtakken, paarse bladeren, oranje bladeren, kleine rode bessen, witte bessen, blauwe bosbes-achtige bessen, oranje rozenbottels, braamachtige planten waar iets vreemds uitgroeide...
Van de ene verbazing viel ik in de andere. Niet alleen wat planten betreft.
We stopten met de auto langs een bospad. Er was een houten trap die naar boven leidde, de bergen in.
"Als ik alleen was geweest, zou ik hier niet naar boven zijn gegaan," zei een van hen met lichte twijfel in haar ogen. Ze zei wat ik dacht.


Over een smal 'pad' dat voornamelijk bestond uit gevallen bladeren klauterden we de berg op. Omringd door wanden van groenblijvende planten en bomen. Organisch ogende bladeren van varens leken net op handen die zouden kunnen gaan bewegen. Het was alsof we in de jungle waren beland en nu, met eventueel wilde dieren op de loer, op zoek waren naar een schat.
En opeens kwam er een einde aan de dikte van de vegetatie. Er was een open plek met een grote elektriciteitskast. De paradox van ons onbedorven paradijs.
Maar toen zagen we daarachter iets dat werkelijk het klimmen waard was.
"Wauw! Dit uitzicht... kende ik nog niet."
Van zo hoog had ik dit gedeelte van het eiland, mijn nieuwe thuis, nog nooit gezien.
De wolken hingen laag, en wierpen een schaduw op het enkele groene rijstveld.
En daarvoor lag het haventje van Tsumuura. Een autootje kwam aanrijden. Mijn huis leek op een klein grijs vierkantje daar aan zee. We konden niet ophouden met kijken, naar onze alledaagse omgeving die opeens heel anders leek. En maakten foto's.
Om zoiets nieuws te kunnen ontdekken moet je soms het avontuur opzoeken.
Gelukkig waren we samen. En er stond een prachtige beloning tegenover...



Tassen vol met planten werden op een grote tafel gegooid. Wat veel verschillende vormen en kleuren! "Maar wat wordt het thema van dit jaar?" was de grote vraag. Aarzelend keek ik naar mijn houten lege kerstkrans. Anderen gingen al fanatiek op zoek naar mooie aanwinsten. Inmiddels waren er veel meer deelnemers bijgekomen. Jong en oud, met z'n allen rondom de tafel zittend op de tatami. Een gasverwarming in de hoek en de koffie (waarvan wij een grote ketel hadden meegekregen van de praatgrage koffiemeneer) hield ons warm. Voor bij de koffie hadden we een prachtige roll cake gekocht bij de allereerste (en getalenteerde!) patissier van Naoshima. Kauwend op de zachte zoetheid vielen mijn ogen op de favoriete planten van de dag: die mooie oranje bessen die hoog in de bomen bij het Park gebouw groeiden, de fluweel paarsgrijze eucalyptusplanten die wij onverwachts aan de kust ontdekten... toen zag ik een prachtige volle olijftak met zwarte olijven eraan. En kregen ideeën voor 'het thema van het jaar' langzaam vorm. Zo rommelden we de hele middag aan met lijmpistolen, planten en bessen. Af en toe even pauze om naar de prachtige creaties van anderen te kijken, of om een blik te werpen op de beestjes die inmiddels uit de plantjes tevoorschijn kwamen. Het was mooie, levendige dag. Met een groepsfoto op het laatst. Zo eindigde Kerstmis op Naoshima.



Het einde van het jaar nadert. Luisterend naar de golven kijk ik in de verte. Het lijkt allemaal zo snel te zijn gegaan... maar wat is er nu eigenlijk gebeurd afgelopen jaar? En wat heb ik gedaan? Tijd is iets dat voorbij stroomt, alles gaat altijd voorbij... en is er wel zoiets als een 'einde'?
In een oud huis in het plaatsje Honmura in Naoshima ligt een bijzonder kunstwerk verstopt. In de donkere hoofdkamer vind je hier een 'zee van tijd': de tatamimatten hebben plaatsgemaakt voor een zwarte stromende waterpoel waarin digitale cijfers in drie kleuren optellen van 1 tot 9 en dan weer terugkeren naar 1. Een 0 bestaat niet. Bovendien telt ieder cijfer op in een ander ritme: sommige gaan snel en andere langzaam. De eerste keer dat ik dit werk bekeek was ik op reis samen met mijn moeder. We waren voor het eerst in Naoshima en deden de een na de andere ontdekking. Maar bij deze Art House bleek even de tijd te vertragen: zo lang konden we, zittend op de houten vloer, staren naar deze steeds weer veranderende cijfers, die voort leken te kabbelen als de golven van de zee. Toen wisten we nog niets van alles wat er nu wel is.



Het was de eerste keer dat ik de Naoshima Hall, het prijswinnende meesterwerk van Sambuichi Hiroshi zou binnengaan. En nu wel met een heel bijzonder doel. Ik was een van de twintig gelukkigen die mee mocht doen aan het 'Time setting event' ter gelegenheid van de vernieuwing van het kunstwerk Sea of Time van Miyajima Tatsuo. Van het begin af aan heb ik een zwak gehad voor dit werk, de mysterieuze cijfers in het donker, verhalen van mensen die je erbij kunt voorstellen. en nu bevonden die mensen van de 120 cijfertjes zich in dezelfde ruimte als ik... althans de meeste van hen. Zij waren bij dit kunstwerk betrokken en kwamen na 20 jaar opnieuw bij elkaar. Al gauw kwam ik bekenden tegen, van het eiland, van mijn werk. En kreeg ik te horen dat ik veel geluk heb gehad, meer dan ik mij van tevoren had voorgesteld. Toen hoorde ik nog iets verbazingwekkenders: "Het zal zo zijn dat je over 20 jaar opnieuw wordt opgeroepen voor een volgende 'Time setting event'. Dan zul je opnieuw naar Naoshima moeten komen! Of misschien woon je er nog..." Er bleek geen sprake te zijn van een eenmalige 'herdenking' van het werk, maar van een soort traditie die zich zou moeten herhalen. Of wij hier over 20 jaar werkelijk met z'n allen weer staan? De tijd zal het leren...


Ondertussen druppelden er steeds meer mensen binnen. Ze verspreidden zich over de grote zaal. Een zaal met een glooiend dak zonder ramen. Zacht licht viel naar binnen door een opening in het plafond. Er waren oude en jonge mensen, en ook veel kinderen. Zag ik daar een paar bekende gezichten van de basisschool? Ook ving ik een paar interessante gesprekken op. Een journalist van een lokale krant sprak met een oudere mevrouw die twintig jaar geleden aan hetzelfde evenement had meegedaan. "Ik snapte er toen nog helemaal niks van, maar het was wel leuk!" was iets dat ze benadrukte. Een gevoel dat sterk verbonden was met de motivatie van Miyajima Tatsuo zelf om het werk te maken, zou ik later begrijpen.



Tijdens zijn presentatie kregen we eerst oude foto's te zien van de eerste time setting en van de transformatie van het verouderde huis naar het huidige kunstwerk. Toen vertelde hij over een belangrijk moment in de creatie van zijn werk. Oorspronkelijk was hij al van plan om 'een zee van tijd' te installeren in het oude huis, met nummertjes die zouden optellen van 1 tot 9 in een zwarte waterpoel. In een oud huis in Honmura, een eenzame plek die, in tegenstelling tot Benesse House, destijds geen enkele relatie had tot het hedendaagse kunstproject op het eiland. In een tijd waarin het hergebruiken van oude huizen voor hedendaagse kunst nog weinig voorkwam, was hij verbaasd over het feit dat hij was aangewezen om hier een werk te maken. In een oud, afgebrokkeld huis in een eenzaam dorpje. Op een dag werd hij uitgenodigd door een oud vrouwtje om een kopje thee te drinken bij haar thuis en was geraakt door deze gastvrijheid tegenover een kunstenaar tot wie zij geen enkele relatie had. Al gauw raakte hij onder de indruk van de warmte van deze 'community'.

En daarom bedacht hij dat het een beetje treurig zou zijn als hij in de woonplaats van deze mensen een kunstwerk zou maken dat geen enkele relatie tot henzelf zou hebben en vervolgens niet geaccepteerd zou worden. Daarom besloot hij om de bewoners van het eiland uit te nodigen en hen te betrekken bij het kunstwerk. Voorheen stelde Miyajima bij zijn andere 'time-setting' werken zelf de snelheid van iedere timer in, maar deze keer liet hij dit aan hen over: iedereen kreeg een timer en een kleine schroevendraaier waarmee zij zelf de snelheid konden instellen. Hoewel zij zich in het begin nog niets bij het kunstwerk konden voorstellen, waren zij (ook aan de foto's te zien!) zichtbaar opgetogen bij de onthulling van het werk. Met een kaart in de hand wijzend naar de 'eigen' timer: "Deze was van mij!" Het idee dat, hoe klein het ook is, ook jij iets hebt betekend voor het geheel. En dat ook nu jouw timer altijd zal blijven doortellen...


Inmiddels bestond het werk in 2018 precies 20 jaar. Daarom werd dit jaar als een keerpunt beschouwd: het was tijd om het werk nieuw leven in te blazen en de 'spirituele betekenis' van het werk voort te zetten. En daar waren wij dan: de 'nieuwe' deelnemers samen met de oude deelnemers. De time setting ging iets anders in z'n werk dan vroeger. Wij kregen geen schroevendraaier, maar een formulier, waarop we konden invullen welke snelheid wij zouden willen op een schaal van 0,5 (razendsnel) tot 10 (bijna tot stilstand). Deze keer dus niet analoog maar digitaal, zoals de kunstenaar vertelde gaat zo het werk met de huidige tijd mee. Maar welke snelheid zou passend zijn voor mij? Ik herinnerde me de eerste keer dat we Kadoya bekeken, ik was met mijn moeder samen. Een lange tijd keken wij naar de steeds veranderende cijfertjes terwijl we de ruimte in ons opnamen, als staren naar de golven naar de zee, waarbij steeds allerlei gesprekken opkomen. "Zou het niet geweldig zijn als je hier later kon werken?" zei ze mij toen. En hier ben ik dan nu, 3 jaar later, wonend en werkend op Naoshima. De tijd gaat hier rustig voorbij... en daarom koos ik voor een cijfer met een rustig tempo, en een cijfer dat een connectie heeft tot ons. Omdat tijd en ruimte ons niet scheidden.

Ietwat nerveus en opgewonden was ik toen ik eenmaal in de rij stond om mijn keuze door Miyajima-sensei te laten vereeuwigen. Ondertussen raakte ik aan de praat met een mevrouw achter mij die twintig jaar geleden ook had meegedaan en wilde weten waar de timer van haar vriendin, die er vandaag helaas niet bij kon zijn, ook alweer verstopt lag. Toen met een jonge vrouw die me vertelde dat ze voor het cijfer 4 had gekozen omdat dit de verjaardag van zowel haar als haar dochtertje is. En toen met een paar leeftijdsgenoten (zowaar!) die ieder hun eigen bijzondere reden hadden om naar dit eiland te verhuizen. Aan het einde van de rij ontmoette ik dan de kunstenaar, die tot mijn verbazing uitvoerig las wat ik op mijn formulier had geschreven en toen een monumentaal grote stempel erbij pakte, in een inktkussen doopte en vervolgens een perfecte rode stempel op mijn certificaat drukte.


Maar ik zou mijn certificaat pas verkrijgen na de deelname aan het theefeestje na afloop, gehouden in een mooie washitsu aan de rand van het gebouw met grote ramen, omringd door rode esdoorn. Naast elkaar zitten op de grond op een zabuton kreeg gelijk iets huiselijks. Onder een kopje thee raakte ik aan de praat met mensen die bijna mijn buren bleken ze zijn: "Wij wonen op het hoekje van de straat, met het beeldje met de kat!" zij de mevrouw en toen begreep ik het gelijk. Ik vertelde over de gedroogde kaki's die ik bij hun in de tuin zag hangen, die zagen er zo lekker uit! Ook kreeg ik te horen over vele reizen, over mooie souvenirs uit Nederland zoals aardewerken huisjes. Het was fijn om op deze manier kennis te maken met andere mensen die op het eiland wonen. De kunstenaar Miyajima dacht er blijkbaar hetzelfde over: hij ging de zaal rond om met elke deelnemer even een praatje te maken. Hij vertelde mij dat hij wel eens in het Kröller Möller Museum was geweest, en liet ons zijn 'originele' shirt onder zijn pak zien. "Dat is zo cool!" riep een van de meisjes bij het zien van dezelfde digitale cijfers als in het kunstwerk.


De digitale cijfers... vanaf januari zullen ze even verstopt worden... En daarna zullen ze opnieuw verschijnen, maar dan met een beetje van ons erin. "Ik kan niet wachten!" bedacht ik me na het afscheid tijdens een wandeling door de straatjes met houten huisjes. De woorden van het meisje tegenover mij aan tafel klonken nog na. "Dit is tot nu toe misschien wel het mooiste dat ik in Naoshima heb gedaan!" Kijkend naar de rode blaadjes, met de blauwe zee tussendoor, ging ik met mijn fiets de heuvel af richting huis.

maandag 3 december 2018

Van de zee naar de bergen


Zomerdagen op het eiland. Een strak blauwe lucht met grote, bergachtige stapelwolken in de verte. De warme lucht en het wilde gezang van de cicades roepen je naar buiten, de fiets op, met de wind mee vervolg je je weg. Het liefst zo snel mogelijk dicht naar het water toe. Daar plof je neer op het strand met een handdoek, een tupperware bakje en een boek dat zich afspeelt aan eenzelfde mooie kustplaats waar je je nu aan bevindt. 'Umi ga mieru ie', 'Het huis aan de zee'. Een boek waar ik op aanraden van een vriendin aan was begonnen, en dat nu na een loom, kabbelend verhaal bijna aan een eind lijkt te komen. Terwijl ik bladzijde driehonderd omsla en mijn hart verwarm aan het frappante weerzien van twee hoofdpersonages op een verborgen strandje ergens in ruraal Japan, kijk ik uit het raam naar de regenachtige lucht. Wat lijkt deze sfeer van het eiland in de zomer opeens ver weg... de herfst is allang aangebroken en inmiddels is het bijna winter. Terwijl ik lees hoe zij tussen de rotsen zoeken naar schelpjes voor het avondeten, moet ik opeens denken aan de krabbetjes die voor mijn voeten weg schoten, en zich diep in het zand begroeven. Ik kwam nauwelijks een bladzijde verder, of ik hoorde een stem van een bekende. "Zullen we dan gelijk gaan zwemmen?"


Na de stukjes watermeloen uit het tupperware bakje te hebben verorberd, is het dan een keer tijd om het water in te duiken en zoveel mogelijk te zwemmen, nu het vloed is, en voordat het donker wordt. "Laten we deze keer zoveel zwemmen als die oude man met de bril!" 'Die oude man met de bril'... inmiddels een legende in de ogen van mij en mijn inmiddels fanatieke mede-zwemster. Laatst verbaasden wij ons over een Fransman met een witte zwembril die minstens een uur onophoudelijk (!) heen en weer zwom tussen de rotspartij aan de linkerkant en de boeien bij de gele pompoen aan de rechterkant. We moesten zijn record nastreven, maar om de een of andere reden lukte dat maar niet. Op je rug liggen dobberen op het gele drijvende vlot was ook fijn, evenals springen van de springplank en mooie schelpen zoeken bij de branding. Er knabbelden kleine grijze visjes aan onze benen. Hier en daar dreven vreemde soorten zeewier, soms paars en roze. "Zouden er ook giftige soorten zeewier bestaan?" We schoten in de lach. "Ik heb nog nooit gehoord van iemand die in het ziekenhuis belandde door zeewier!"



Aan het einde van de dag sloeg de klok van Tsutsuji-so en klonk er een ietwat eenzaam liedje. Het is tijd om naar huis te gaan. Het is voorbij. De zomer is bijna voorbij. En opeens herinnerde ik me weer allerlei momenten van de warme dagen van dit jaar. Mijn lieve familie kwam langs, mijn lieve vrienden kwamen langs. Samen poseerden we bij de gele pompoen die leek op te lichten onder de felle lucht. We gingen het eiland rond met de fiets, en met de bus. In een klein restaurantje proostten we genoten van verse sashimi en onuitputtelijke gesprekken. Ik liet ze allerlei kunstwerken, en allerlei favoriete plekken van het eiland zien. Samen kijken en samen praten over wat je ziet. Het gaat niet enkel om wat je ziet maar ook om met wie je bent. En als je eenmaal met diegenen samen bent met wie je zoveel herinneringen deelt, lijken ook de plekken waar je bent geweest te veranderen en niet meer hetzelfde te zijn.



Een kustplaats bij Uno waar wij een kijkje gingen nemen, deed mij opeens denken aan onze vakanties in Spanje. Samen wandelen aan de boulevard met pijnbomen en oleanders, mooie uitzichten zoeken aan grillige rotspartijen langs zee, middageten op een terrasje aan het strand. En daar zagen we iets nieuws: een aquarium! Langs groepen schoolkinderen liepen wij richting de ingang, toen we verrast werden door een onwaarschijnlijk zeewezen. Een gigantische reuzenzeeschildpad! Hoewel we samen al vele keren naar dierentuinen en aquaria waren geweest, hadden we zo'n grote nog nooit gezien. Binnen het aquarium zagen een bonte verzameling aan tropische vissen, duivelse diepzeevissen, zeeleeuwen en een aantal soorten vissen uit onze eigen binnenlandse zee van Seto. Aanzienlijk minder kleurig, maar toch groot en aanwezig... je realiseert je niet wat er altijd om je heen zwemt. Maar ze zijn er wel altijd.


Mijn nieuwsgierigheid naar zeedieren in al hun vormen was nog niet voorbij... evenals mijn toenemende verlangen om geconfronteerd te worden met nieuw soort uitdrukkingsvormen. "Ik wil graag naar het museum!" En, omdat het nu nog heel even zomer is... wil ik daarbij graag het werk zien van Taniyama Kyoko, een kunstenares die ik voor mijn vertrek naar Japan heb ontmoet en heb beloofd om een bezoekje te nemen aan het openbare zwembad van Takamatsu. Een buitenbad dat enkel in augustus open is en enkel bestaat uit een eenvoudig buitenzwembad, voornamelijk gericht op kinderen met zomervakantie (bleek bij aankomst). Een kleurig zwembad met wildwaterbaan waar kinderen met zwembandjes en ouders zich door laten meevoeren... maar wat zou het kunstwerk nu precies inhouden? "Je moet kijken naar de bodem," zei een mevrouw die donuts verkocht. En toen had ik het pas door: je moet je mee laten voeren door de wildwaterbaan en tegelijkertijd naar de bodem kijken. Op een magische wijze leken de vissen, de schildpadden en de kwallen, tekeningen op de bodem, met je mee te gaan zwemmen zodra je je door de stroming liet meevoeren. Door de beweging van het water kwamen abstracte witte vlakken tot leven.


Later op de dag, in het Takamatsu City Museum, kreeg ik weer het gevoel te zijn aangekomen op de zeebodem. Ik bevond mij in een donkere kamer, omringd door figuren die deden denken aan zeebelletjes. Rustige muziek klonk onder het bewegen, pulseren en vermenigvuldigen van deze figuurtjes. In het midden een soort podium met daarop spullen, dagelijkse gebruiksvoorwerpen, die eruit zagen alsof ze naar de bodem waren gezakt. Een stoel, een tafel, een taiko trommel met een Noh masker erop een oud stuk hout met een gezichtje en een ranma, een houten decoratie kenmerkend voor oude Japanse huizen. Opeens begint de taiko uit zichzelf te trommelen, het ritme voel je diep van binnen. En dan begint er een dialoog tussen deze objecten, die ieder een eigen stem en persoonlijkheid hebben. Er is een verhaal... maar waar het precies om gaat is onzeker. Ineens wordt alles donker en klinkt er een beverige ietwat griezelige stem: "Hier was vroeger mijn huis, het was hier heel mooi..." alsof een oud iemand vertelt over vroeger met een kinderstem. "En nu ga ik zingen!" Een oud volksliedje klinkt door de luidsprekers en de objecten staan er roerloos bij... is het dan voorbij? Maar dan verschijnen er lichtjes die samen een sterrenhemel lijken te vormen. De objecten beginnen weer te bewegen, te dansen in rondjes, alles begint te herleven. Kippenvel.


De mensen en kinderen om mij heen blijven geboeid kijken, totdat het afgelopen is. Dan begint de zaal langzaam leeg te lopen."Ik krijg soms tranen in mijn ogen van dit werk," zei een suppoost, een aardige mevrouw die meer in de diepte leek te weten over dit kunstwerk van Yamashiro Daisuke. "Ik ken de achtergrond van dit werk niet, maar ik ben er ook door geraakt," gaf ik toe. Ze vertelde dat, hoewel de kunstenaar hier nooit direct over gesproken heeft, dit werk geïnterpreteerd zou kunnen worden tegen de achtergrond van de ernstige gevolgen van de grote aardbeving van Tohoku... iets waar ik mij opeens veel bij kon voorstellen. Of het nu concreet met deze ramp te maken had of niet, het leek zeker te gaan over een 'thuis' dat verloren is gegaan, mensen die weg zijn gegaan, spullen die zijn overgebleven... En waar is alles nu? Op de zeebodem?

Een verdwenen Japan. Grote steden, beton, nauwe appartementen waarvan de bewoners elkaar niet kennen. Nee, het boek 'Lost Japan' van Adam Kerr, inmiddels al 20 jaar oud, maakt je niet vrolijk. Generaties mensen en tradities verdwijnen... en daarmee ook traditionele uitzichten. Tenminste..? Met een gevoel van verwondering staarde ik uit het raam en kon ik niet ophouden met het maken van foto's van schilderachtige berglandschappen waar het rood en oranje zich inmiddels vermengde met het groen, vervaagd door het wit van de laaghangende wolken. Met drie vriendinnen reed ik met een auto over een hoog gelegen snelweg tussen de bergen van Okayama. En daar in in het dal, zagen wij diep beneden ons een vallei met akkers en traditionele houten huisjes zover het oog reikte. Een geünificeerde bouwstijl, houten huizen met mooie grijze kawara dakpannen. "Jij houdt van foto's maken van huizen he?" vroeg een vriendin geamuseerd. "Ik wist niet dat er in Japan dit soort uitzichten nog waren..." zei ik net iets te gefascineerd. Ze schoten in de lach. Het kon me niet schelen. Ik had nooit verwacht dat het hier zo mooi zou zijn, en dat je vanaf de snelweg in het noorden van Okayama uitzichten had die zo onwerkelijk schilderachtig waren dat het bijna clichématig werd.




En toen kwam er iets onverwachts. Iets dat brak met het gehele beeld van 'Lost Japan'. "Wat zijn die bruine vlekken tegen die berg?" zei de bestuurster achteloos, inmiddels hongerig van de lange rit. "KOEIEN!!" De rust in de auto werd doorbroken. Jawel, het is geen illusie! Daar zien we een kudde Jersey koeien, een Amerikaans ras die inmiddels kenmerkend zijn voor het Hiruzen gebied van Okayama. "Maniwa - Jersey land" gaf een wegwijsbord aan bij de afrit. De weg leidde naar een vervreemdende plek, een soort vakantieresort met Scandinavisch ogende berghutjes tussen de hoog beboomde bossen. In een schattig houten gebouwtje bij een meer werden tweedehands kleding, grof bruin brood en Moomin stationary verkocht. Toen vervolgde de weg, we werden omringd door felgele ginkobomen, parallel daaraan een grachtje met recreatie-achtig fietspaadjes en daarachter een vlak graslandschap. "Het zal vast ook leuk zijn om hier een eindje te gaan fietsen." Een plotseling gevoel van melancholie voor mijn thuisland welde op. Het was mogelijk om fietsen te huren, maar daar hadden we nu even geen tijd voor... op naar ons einddoel Jersey Land!




En daar was het dan: de boerderij waar we zo graag naartoe wilden. Misschien nog wel mooier dan we ons hadden voorgesteld... we parkeerden aan de voet van een berg, waar we prachtig uitzicht hadden op de vallei, en aan de andere kant de hooglanden waar koeien en paarden graasden. Twee paarden leken goede vriendjes, ze stonden dicht bij elkaar. Ze zullen het wel koud hebben... Vergeleken met Naoshima was het in de bossen aanzienlijk koeler, een frisse winterlucht. Het was een lief gezicht, en ook een mooi moment voor foto's samen. Het prachtige uitzicht werd vervolgd door iets waar ik erg naar uitkeek: velden vol met bloeiende cosmea, mijn favoriete bloem. Breekbaar wuifden de kwetsbare bloemetjes in de wind, samen vormden ze een mooi kleurrijk geheel van paars, roze en wit. Het was mogelijk om langs een pad door de velden heen te lopen, en je op deze manier letterlijk te omringen door een cosmea-hemel. Deze keer konden we er alle vier geen genoeg van krijgen om deze mooie plek en deze mooie dag vast te leggen. "Als ik een dagje vrij ben wil ik ergens naartoe, van het eiland af," vertelde een van hen. "Nieuwe plekken bezoeken. Dan vergeet ik alles." Op reis, van de zee naar de bossen. Een verfrissend gevoel. Ook nu wil ik nieuwe dingen blijven zien, en nog veel meer blijven ontdekken.

woensdag 5 september 2018

Van verre eilanden


Zacht wuivend, gaat de zomer steeds een stukje voorbij

Is dit dan het paradijs? Ik sloot mijn ogen en hoorde enkel de vogels, het zachtjes zoemen van de cicades van de vroege zomer. Voor mij strekte een lichtkleurig strand uit. Hier en daar bedekt met puzzelstukjes van koraal, ieder met een eigen unieke vorm. Ze spoelden aan vanuit een wijde oceaan, die veranderde van donkerblauw naar licht turquoise naarmate dat de zon door de wolken brak. We vermaakten ons met zwemmen door het lauwwarme water, het ontdekken van kleine visjes in de heldere gedeelten, tijdens het beklauteren van de rotspartij langs de kust. Hier verwonderden wij ons over de prachtige vormen en inkepingen in de geërodeerde rotsen, die soms meer weg hadden van stukken hout dan van steen. En natuurlijk was het spannend om dan nog even verder te klauteren, en om de hoek weer nieuwe stukjes kust te ontdekken, waar de stroming sterker werd en geen mensen te bekennen waren... het blijft iets mysterieus hebben: de kust van een klein eilandje midden in de Stille Oceaan. De tropische bossen die aan het strand grenzen met smalle wandelpaden er tussendoor... wat zou daar allemaal leven? Kijkend naar het donkere groen van de aloë vera en ananasbomen, werd ik soms begroet door een vlinder, geel en wit, licht fladderend.



Het was geen onbewoond eiland. Naarmate dat de dag vorderde kwamen er steeds meer zeeliefhebbers naar het Furuzami Beach, om neer te strijken onder gele en blauwe parasols. Een kleine klim over een houten trap naar boven, en je komt bij een klein strandhuisje waar vooral veel aandacht werd besteed aan de verhuur van brillen, zwemvesten tot en met een complete snorkeloutfit. Dit is niet voor niets... Zamami, een van de eilanden van de Kerama archipel, staat onder andere bekend om het prachtige koraal dat langs vele kusten nog steeds te bewonderen is. Hoewel ik geen pro-duiker ben (of eigenlijk gewoon geen held ben) moest ik dit gewoon zien en meemaken! En dus kreeg ik van de goedlachse mevrouw van het strandtentje een bril, een snorkel en een zwemvest aangepast. "Je moet een zwemvest dragen, anders is het gevaarlijk!" Ik stemde daar mee in: veiligheid boven alles (achteraf begreep ik echter dat er nog een andere reden was...) Om een extra gevoel van veiligheid te garanderen kreeg ik ook een rond zwembadje met schattige personages erop. De mevrouw strekte haar armen uit en maakte een duikbeweging. "Je moet het zo vasthouden, dan kun je niet wegdrijven!" Een betere voorbereiding was er niet.

En toen ging het daadwerkelijk beginnen: de zoektocht naar koraal. Eerst was het een uitdaging om onder water te kijken en om tegelijkertijd te ademen. Na een paar gefaalde pogingen met flinke slokken zeewater, kreeg ik uiteindelijk de snorkeltechniek onder de knie. Maar waar was dan nu het koraal? Ik zag tot dan toe enkel een witte zanderige zeebodem. "Je moet daar naartoe zwemmen, daar is superveel te zien!," zei het meisje dat ik herkende uit het guesthouse waar we overnachtten. Ze wees naar een mysterieuze donkerblauwe vlek ergens verderop in de zee. Ik zwom gauw verder en keek naar beneden. En wat ik toen onder het wateroppervlakte zag kon ik bijna niet geloven: een hele nieuwe wereld. Een soort metropool van hoge koraalgebouwen waar kleine visjes in alle kleuren van de regenboog tussendoor zwommen en omheen cirkelden. Ik nam even goed te tijd om het te observeren, om langzaam te beseffen dat de dingen voor mijn ogen echt waren. Ondertussen merkte ik op dat iedere vis een eigen persoonlijkheid had: er waren bange vissen zoals die kleine gele die vooral dicht tegen het koraal (hun huis?) aankropen. Er waren ook ietwat brutale, nieuwsgierige vissen, zoals die paarse die mij de hele tijd in de gaten hield en ook stukjes met mij mee zwom. Ik vond hem interessant en slim, maar eigenlijk ook een beetje eng. Toen opeens bedacht ik: ook als ik niet naar hem had gekeken met deze duikbril, zou hij achtervolgd hebben... deze onderwaterwereld is er gewoon. Er zijn ook dingen die wij niet weten.




En toen ging ik meer lezen over het koraal van Zamami. Hoewel er nu nog veel te zien is, is het koraal vooral bij de toeristische stranden dramatisch afgenomen. De oorzaak is natuurlijk de mens: die onwetend het koraal vertrappen, of juist te nieuwsgierig zijn en het koraal gaan aanraken, te dichtbij komen. Gelukkig hebben ze bij Furuzamami beach maatregelen genomen: zo zijn beschermde stukken koraal afgezet, en moet iedereen verplicht een zwemvest dragen bij het snorkelen. Zo kon ik het koraal veilig van bovenaf bekijken maar niet dichtbij komen, en zo de vissenwereld rustig van boven te observeren. Ik legde het informatieboekje weg, en keek rond, naar foto's van alle bijzondere vissen en vogels op het eiland om me heen. In het strandtentje konden we rustig praten, genieten van een drankje en de koele zeewind die er doorheen waaide. Geuren van lokale sobanoedels en pittige rijstgerechten. Mensen die aan dezelfde houten tafel gingen zitten om te lunchen en even 'pauze' te nemen van het strand. En al gauw maakten we weer praatjes. Met jonge reizigers die even weg wilden uit het dagelijks leven, oude avonturiers die vooral nu veel willen reizen, gezinnen met kinderen, bruingebrande strandliefhebbers... stuk voor stuk eilandfans. "Ik kom elk jaar in Okinawa!" zei een van hen. "En wat is dan je favoriete eiland?" Ik kreeg een antwoord dat ik ergens wel verwachtte.




Zamami is bijzonder. Zamami is een beetje als een vreemde droom. Het beeld van de woest kolkende felblauwe zee, de wildernis eromheen en de kleine mensfiguurtjes ertussen. Het kleine dorpje aan de kust, met dat ene straatje met huisjes. Sommige van hout, sommige van steen of van vergrijsd beton. De onbeholpen, vervaagde tekeningen van stranden en vrolijke walvissen op de golfbrekers. Het vervallen, spookachtige wijkcentrum aan de kade. Hoewel het ieder moment in leek te storten, gaf een blik naar binnen een beeld van vrolijke mensen die druk bezig waren met billboards schilderen. Een wandeling door het smalle straatje, omringd met traditionele huizen met typische omhoog glooiende oranje daken. Muurtjes met daarop kuddes wild grommende, maar toch niet zo angstaanjagende shisa, de bekende beschermleeuwen van Okinawa. Shisa hier en shisa daar... ieder huis, iedere winkel, ieder officieel gebouw heeft een eigen shisa met een uniek design. Over creativiteit gesproken: in het midden van de winkelstraat was er een klein winkeltje, waar een jonge illustratrice uit Kyoto, nu woonachtig op haar droomeiland, een bonte verzameling van souvenirs had getekend en beschilderd. De rijke decoraties en kleurigheid van haar tekeningen ademden de sfeer van Zamami: een plek die kwetsbaar en vergankelijk, en tegelijkertijd vol leven voelt.




We konden blijven ruiken van de zwaar-geparfumeerde, hibiscus-achtige bloemen die overal bloeiden. En dan werden we weer eens aangesproken door een local. Hij gaf ons uitleg over de bloemen en vervolgens over alle lekkere restaurantjes in het dorpje, die wij dan ook dankbaar opvolgden. Het resulteerde in avondjes met grote porties champuru (geroerbakte groenten) en heerlijke tonijn sashimi in gezellige ruimtes waar vooral veel luidruchtig werd gekletst en gelachen. Ook was er ruimte voor spontane gesprekken. Opeens hadden we nieuwe vrienden gemaakt die ons omhelsden bij afscheid, dan werden we weer betrokken bij een bijeenkomst van de zeilcommissie en toen opeens werden we voorgesteld aan de vice-burgemeester van het eiland, een aardige mevrouw. "Kom zeker nog eens terug op Zamami!" zei ze enthousiast. De wandeling terug door het dorpje door de straatjes, de terugkomst in onze knusse tatami kamer. De volgende dag weer genieten van de uitzichten op zee, de mensen die gedag zeggen, het horen van een liedje bij het vallen van een bepaald tijdsstip op de dag. Opeens dacht ik terug aan Naoshima... En dat een eiland al gauw als thuis kan voelen.



En dus voelt het ook een beetje triest om zo'n thuis-achtige plaats weer te verlaten. Echter bracht de boot ons naar een plek waar we nog meer verrassingen en avonturen tegemoet kwamen. Over een oceaan die duizend keer wilder was dan de binnenlandse zee van Seto, werden we over metershoge golven meegevoerd het hoofdeiland van Okinawa. Hier kwamen we aan in Naha, een stad rijk aan kleuren, geuren, excentrieke muziek en unieke architectuur, waarbij de cultuur van Okinawa, zo anders dan het Japanse vasteland, steeds duidelijker in beeld kwam. Opnieuw werden we begroet door talloze shisa en mensen, locals en reizigers. In de gezellige guesthouse maakten we kennis met onze Italiaanse gastvrouw die als langdurig inwoner van Naha al allerlei charmes van de stad heeft leren kennen. "Okinawanen zijn heel open: als je ze dingen vraagt, krijg je vaak hele gesprekken. Je kunt hier veel van mensen leren." Geboeid door haar huis dat vol lag met boeken over Okinawaanse taal, geschiedenis en lessen voor een lang leven (immers, de oudste bevolking van de wereld!), was ik vastbesloten om meer over 'hier' te weten te komen. Na een heerlijk ontbijt van Italiaanse cakejes en zoete Okinawaanse ananas en passievrucht, was het tijd voor een wandeling. Langs een brede boulevard met rijen hoge bomen, door een lange winkelstraat (die in de ochtend nog rustig oogde...), waarbij de oranjerode straatsteentjes ons leidden naar een breed plein met statige gebouwen en daar vlakbij... het station van de monorail!




Het bijzondere voertuig, dat zweefde boven de wegen en kanalen van de stad, bracht ons steeds dieper en hoger het landschap in. Gebouwen tegen steile bergen aangebouwd, met veel verschillende kleuren en vormen, omringd en soms zelfs doordrongen van groen. En toen we eenmaal op het hoogste punt waren aangekomen, vingen we weer een glimp op van die prachtige blauwe zee, in de verte. Op deze hoge berg zouden we kennis maken met het koninkrijk van Ryukyu, en daarmee met de geschiedenis van deze eilanden voordat deze deel gingen uitmaken van Japan. Hoewel ik van tevoren wist dat we een vrij recente reconstructie van het kasteel zouden gaan bekijken (het origineel is tijdens de Tweede Wereldoorlog verloren gegaan), raakte ik toch gefascineerd door de schoonheid van 'het oude'. We liepen langs hoge, grove stenen muren het park in, waar we bij een tempeltje langs een mooie, rustige vijver kwamen. Het verweerde grijskleurige houten gebouw en de brug waren inmiddels al 500 jaar oud en de dikke boom daarnaast, zodanig overwoekerd met lianen dat het wel een 'dubbele boom' leek, zal niet veel later gevolgd hebben. Sommigen bidden hier ijverig tot Benzaiten, de godin van wijsheid en 'alles dat stroomt', terwijl een jong stelletje foto's maakten bij de overjarige boom, en dan wijzelf. Dat deze dagen maar voort mogen blijven duren...




"Haisai!" riep de poortwachter ietwat geforceerd. Prachtig gekleed in traditionele Okinawaanse klederdracht groette hij ons in het Okinawaans. Ironisch genoeg was het de eerste keer dat ik 'live' ook maar een woord hoorde van taal, verder hoor je overal Japans. En daar verscheen dan het Shuri kasteel, of de gereconstrueerde versie van wat erover bekend was. Het culturele en politieke centrum van het Ryukyu koninkrijk, met rijke versieringen van bloemen, draken en shisa, ieder zeer nauwkeurig ingevuld met oneindig vele laagjes rood, groen en goudkleurig lakwerk. (Pas bij het kijken van de video in het museum ernaast, kon ik me ècht verbazen over dit eeuwenlange proces!) En dan was er nog de tempelwachter die keek hoe wij dit alles aanschouwden. Hij wees de verschillende kenmerken aan: "De vorm van de trap is Japans, de versieringen met draken zijn Chinees, en de vorm van het dak en de twee zuilen met de drakenkoppen zijn typisch Ryukyu." De gebouwen leken inderdaad een mengeling te zijn van allerlei bouwstijlen uit verschillende landen, en ook nu kun je nog de 'internationaalheid' van het centraal gelegen Okinawa voelen. Om je heen hoorde je allerlei talen. Taiwanese reizigers probeerden de kanji op een oude bel te ontcijferen, maar dan in hun eigen taal, wat leidde tot grappige veronderstellingen. En toen opeens, op een prent waarop de haven van Naha van vroeger te zien was, zagen we ook enkele schepen met bekende vlaggen van rood, wit, blauw.




In de 'Kokusai dori' (de 'internationale' winkelstraat) van Naha, ervoeren we opnieuw de hedendaagse versie van de kleurrijke Okinawaanse cultuur. Kleding met veel kleurgradaties en bloempatronen, traditioneel aardewerk in de kleuren aardebruin en helderblauw, winkels waar duizenden grote en kleine shisa's stonden uitgestald (een beetje eng!), live muziek restaurant waar mensen ongegeneerd stonden te dansen en te klappen, Amerikaans ogende koffiehuisjes, en in de zijstraten eindeloos veel winkeltjes waar lokale producten werden verkocht. Stapeltjes mini-ananassen ter grootte van je handpalm, stapeltjes zwarte suiker, stapeltjes manju. En toen ontdekten we een aquarium met merkwaardige zeedieren... felblauwe vissen en een kreeft zonder scharen met een vreemde hartjesvormige neus.

Inmiddels terug in Naoshima, uitkijkend naar de rustige grijsblauwe zee van Seto, luisterde ik half naar een verhaal van de bekende 'opa' van het eiland. "De kreeften van Ise hebben de naam, maar die stellen niks voor bij de zogenaamde 'cicaden kreeft'!" vertelde hij geanimeerd. Ik keek op en zag hoe hij een eilandgenoot foto's liet zien van een kreeft die mij zeer bekend voorkwam... opeens werd ik teruggetrokken in mijn herinneringen, naar dat eiland, naar dat moment, naar dat aquarium. En de jaloerse gezichten van voorbijgangers bij het zien van de gelukkige personen die hem mochten verorberen. "De lekkerste kreeft van de wereld komt alleen voor in Okinawa!" riep hij uit. "Dat klopt, dat weet ik!!" Ik sprong op, achter mijn computer vandaan. Ik schrok van m'n eigen reactie, van de levendige herinnering die Okinawa in mij achterliet, en zich opnieuw manifesteerde in Naoshima. Het eiland waar mensen hun tuintjes niet alleen met Kusama-pompoenen en kikkers gemaakt van oude zeeboeien decoreren.... ook ontdek ik hier en daar een verdwaalde shisa, en dan vraag ik me af uit welk 'ver eiland' hij dan weer vandaan komt.



Fietsend door de bergen richting het haventje kijk ik mijn ogen uit naar de wuivende oranjegele bloemen, zo kenmerkend voor de vroege zomer van Naoshima. "Oorspronkelijk waren deze bloemen hier nog niet, deze zijn komen 'overwaaien'. Ze lijken misschien op cosmea, maar zijn eigenlijk familie van de kiku (Japanse chrysant)," vertelde een vriendin en bloemenkenner. De vrolijk gekleurde bloemen zijn overal, ze groeien zelfs op plekken waar het eigenlijk niet mogelijk is. Tegen hoge bergen aan, op kale stukken grond, door wrakken van oude bootjes op de oever heen. En toen maakte de blauwe lucht opeens plaats voor donkere wolken, het regenseizoen was begonnen. Dagenlang binnen doorbrengen met regen tikkend op de ruiten. Ondertussen lagen het strand en de kunstwerken er eenzaam bij, de gele pompoen gereflecteerd in een grote waterplas. Gelukkig kwam er, na veel zorgen hoe het landschap er na afloop erbij zou liggen, weer een einde aan. De zon begon te schijnen en aan de waterkant zag ik zowaar nog enkele oranje bloemen, echte doorzetters, die al de zware regenval hadden overleefd. De temperatuur van het water werd aangenaam, en mensen waagden zich weer in het zeewater. De cicaden in de bomen begonnen met zingen, en hun lied zou nog wel even voortduren...